2022
Waterkwaliteit verdient net zoveel aandacht als wateroverlast en droogte
Een beroepszaak tegen de lozingsvergunning van Chemours, een rechtszaak tegen de Vlaamse overheid (die uiteindelijk niet nodig bleek te zijn) en een onderzoek naar hoe de Emissie-immissietoets beter kan. Manager Rona Vink van Evides: “Ons oppervlaktewater mag niet als een soort rioolputje gebruikt worden.”
Op de afdeling Technologie & Bronnen waar Rona Vink leidinggevende is, werken 32 enthousiaste technologen, hydro-geologen, microbiologen, vertelt ze. “Je kunt ons zien als het waterkwaliteitsgeweten binnen Evides. We bewaken en monitoren de waterkwaliteit van de bron tot de kraan.” Evides haalt het water uit de Maas, het Haringvliet en grondwaterbronnen.
Om het water zo goed mogelijk te houden en waar nodig te verbeteren, houden de medewerkers zich bezig met beleidsbeïnvloeding en belangenbehartiging, onderzoek en kennisontwikkeling op het gebied van zuiveringstechnologie en waterkwaliteit. Ze meten kwaliteit, beheren de wingebieden en adviseren de eigen organisatie over de toekomstige drinkwaterkwaliteit: over optimalisaties in het proces en aanpassingen in de drinkwaterzuiveringen met oog op de toekomst.
Samen met drinkwaterbedrijf Oasen spande Evides in 2022 een beroepszaak aan tegen de lozingsvergunningen van chemiebedrijf Chemours in Dordrecht. De provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat hebben de oude vergunningen gereviseerd en in 2022 nieuwe afgegeven. Vink: “Het bedrijf heeft dus toestemming om afvalwater met PFAS-stoffen te blijven lozen op de riolering en het oppervlaktewater.”
Alle drinkwaterbedrijven in Nederland pleiten voor een totaalverbod van PFAS, zowel voor de productie als voor de toepassing ervan in producten. “Iedere lozing van PFAS is er eentje te veel,” zegt Vink. De vorige vergunning van Chemours was afgegeven in 2013. Als er zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) worden geloosd, dan moet sinds 2016 iedere vijf jaar de vergunning worden bezien en vervolgens zo nodig herzien, vertelt ze.
Oasen heeft rond 2018 al eens een beroepszaak aangespannen vanwege een industriële lozing van GenX. “Een beroepszaak is best een stap,” zegt Vink. “Het vraagt veel voorbereiding en natuurlijk wil je het liefst dat de praktijk van vergunningverlening drinkwaterbronnen voldoende beschermt.”
Vink is inhoudelijk betrokken bij het voorbereiden van de beroepszaak tegen Chemours. De vergunning is behoorlijk complex en bestaat uit meer dan 300 pagina’s, maar toch zegt ze: “Wat betreft de zorgvuldigheid waarmee de afweging is gemaakt, zien we verbeterpunten.”
In oktober 2022 heeft minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat besloten dat iedere vergunning met PFAS gecontroleerd moet worden op de door het RIVM geadviseerde drinkwaterrichtwaarde, namelijk een maximum van 4,4 nanogram[1] per liter. “In deze vergunningen is dit besluit nog niet meegenomen,” zegt Vink, “en de nieuwste inzichten over PFAS evenmin. Dus daar wijzen wij ook op in de beroepszaak. Daar is onvoldoende aandacht voor geweest in de beoordeling van die vergunningsaanvraag. Bovendien heeft het RIVM ook eerder adviezen over de schadelijkheid van PFAS voor de volksgezondheid gegeven.”
Het is belangrijk dat er geen PFAS meer geloosd wordt, want, zegt Vink: “De huidige concentraties in het oppervlaktewater in Nederland, ook in de Maas, zitten nu al boven die 4,4 nanogram per liter en daar komt nog steeds meer bij. De schadelijke concentraties PFAS komen via diverse directe en indirecte bronnen en vanuit binnen- en buitenland in het water van de Maas terecht.
Het beroepsschrift tegen Chemours is in februari naar de rechtbank gestuurd en wordt momenteel de rechtszaak voorbereid door de rechtbank. Wanneer de zaak voorkomt is nog niet bekend. Vink verwacht dat dit vanwege de complexiteit nog wel even gaat duren. “Het is wel bemoedigend dat meerdere landen in Europa zich hard maken voor een PFAS-verbod, hoewel het ook behoorlijk wat tijd kost om dat voor elkaar te krijgen.”
Aanpassing van de Kaderrichtlijn Water en normen voor PFAS
Tot nu toe kent de Kaderrichtlijn Water (KRW) milieukwaliteitsnormen (MKN) voor één van de PFAS, namelijk PFOS. Op 26 oktober 2022 heeft de Europese Commissie een voorstel voor de aanpassing van de KRW gepubliceerd. Dit voorstel omvat onder andere een norm voor de som van 24 PFAS van 4,4 nanogram PEQ per liter. Hoewel op dit moment nog niet alle van deze 24 PFAS worden gemeten is bijvoorbeeld al wel duidelijk dat in 2022 op het meetpunt Bergsche Maas op geen enkel moment werd voldaan aan deze voorgestelde norm (zie Figuur 1). Om de voorgestelde norm te gaan halen zullen de nodige maatregelen in het stroomgebied van de Maas getroffen moeten worden.

Figuur 1 Som van 24 PFAS in 2022 bij de Bergsche Maas
Wel of geen verontreinigde grond
In 2022 heeft Evides, samen met de drinkwaterbedrijven Dunea en WML, ook een rechtszaak aangespannen tegen een milieuvergunning die de Vlaamse overheid in december 2021 had afgegeven. Het grindconsortium Rekin mocht ruim 7 miljoen kuub grond storten in een plas die in verbinding staat met de Maas in de buurt van de Belgische plaats Kinrooi bij de Nederlandse grens.
Over de herkomst en verontreiniging van de grond en de gevolgen daarvan op de omgeving was te weinig bekend. “Er werd gesproken over niet-verontreinigde grond, maar welke criteria zijn daarvoor gebruikt? Dat stond niet in de vergunning,” licht Vink toe.
In de vergunning werd niet duidelijk omschreven of de grond die gestort zou worden ook getoetst zou worden aan PFAS-grenswaarden, waardoor het onduidelijk was of er een risico zou zijn voor de drinkwatervoorziening. Dit was reden voor de drinkwaterbedrijven om in beroep te gaan. Uiteindelijk is er geen rechtszaak van gekomen. De Vlaamse minister Zuhal Demir van Omgeving, Justitie, Toerisme en Energie heeft namelijk eind 2022 besloten de omgevingsvergunning in te trekken: de grond mag dus toch niet gestort worden.
Verder heeft Evides in het afgelopen jaar samen met een adviesbureau onderzoek gedaan naar wat er verbeterd kan worden aan de Emissie-immissietoets voor wat betreft de bescherming van drinkwaterbronnen. De rijksoverheid legt dit toetsingskader op aan Rijkswaterstaat, de provincies en omgevingsdiensten. Deze bevoegde gezagen gebruiken dit om voor vergunningen te beoordelen of een bepaalde lozing is toegestaan.
Via een stappenplan in het bijbehorende handboek wordt zowel naar de lozing als het ontvangende oppervlaktewater gekeken. Mogen de stoffen geloosd worden met oog op de waterkwaliteitseisen en normstellingen, zoals de Kaderrichtlijn Water-doelen, of wordt dan de maximaal toegestane belasting overschreden? “De Emissie-immissie-toets is een gedegen instrument,” vindt Vink. “Maar het valt en staat wel met hoe je het gebruikt.”
Uit het onderzoek dat in 2022 afgerond is, bleek dat vaak niet voldoende duidelijk is wat de kwaliteit is van het oppervlaktewater waarop geloosd wordt, ook in het geval van zeer zorgwekkende stoffen. Dat komt omdat Rijkswaterstaat en de waterschappen veel van deze stoffen niet overal en over langere perioden meten. Vink: “Dus die kunnen ook niet meegenomen worden in de toetsing en daar wordt dan achtergrondconcentratie 0 ingevuld, de concentratie die al in het water zit voor de lozing. En dat kan ertoe leiden dat je een lozing onterecht vergunt.” Het gaat vaak om stoffen die lastig te verwijderen en schadelijk voor de kwaliteit van het drinkwater zijn.
De conclusie is besproken met de samenwerkingspartners van de Schone Maaswaterketen, vertelt Vink. Deze organisatie gaat na de zomer van 2023 gedurende een jaar veel meer stoffen die schadelijk zijn voor het drinkwater en de ecologie in de Maas meten dan nu gebeurt. Voor de Emissie-immissietoets moet er minimaal drie jaar lang gemeten worden. Daarna kunnen deze stoffen in het toetsingsinstrumentarium worden opgenomen (meer over de Schone Maaswaterketen in D1).
De bevoegde gezagen en de bedrijven zelf moeten ook veel beter beschrijven en vaststellen wat er precies in de lozing zit, bleek ook uit het onderzoek naar de Emissie-immissietoets. Vink: “Hoeveel van welke stoffen dus en wanneer worden die geloosd? En zijn die stoffen schadelijk voor het drinkwater?” De gezondheidsrisico’s kunnen nu vaak niet systematisch getoetst worden omdat een compleet beeld ontbreekt. Omdat het bedrijf niet transparant is of zelf niet genoeg informatie heeft.
“Je kunt stoffen dus missen, bijvoorbeeld omdat deze niet zijn onderzocht,” zegt Vink. “Daarom zul je in de vergunning een vangnet moeten opnemen over hoe om te gaan met deze situaties. Daarbij moet aanvullend onderzoek worden gedaan of alle drinkwaterrelevante stoffen in de lozing in beeld zijn en in welke mate deze worden geloosd.”
Het bedrijf Sitech in Geleen vormt wat dat betreft een voorbeeld voor andere bedrijven, vertelt Vink. Sitech screent namelijk continu de lozingen, sinds in 2015 bekend werd dat het bedrijf de schadelijke stof pyrazool loosde, waarna verschillende drinkwaterbedrijven de waterinname moesten stoppen. Vervolgens is stapsgewijs gezamenlijk met alle partijen de hele lozing in beeld gebracht en heeft het bedrijf regelmatig overleg hierover met onder andere Evides.
In april 2023 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een rapport waarin de organisatie schreef dat burgers beter beschermd moeten worden tegen de schadelijke uitstoot of lozing van industriële bedrijven. De onderzoekers noemden specifiek Tata Steel, Asfalt Productie Nijmegen en ook Chemours.
Deze drie bedrijven doen weinig meer dan wettelijk verplicht om de schadelijke uitstoot te verminderen, schreef de OVV. Ze komen pas in actie als omwonenden blijven klagen. En door een gebrek aan kennis, capaciteit en gevoel van urgentie reageert de overheid volgens de organisatie vaak reactief. Ook eerdere rapporten, bijvoorbeeld van de Commissie van Aartsen, wezen op de mankementen in de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving op die vergunningen.
Gebrek aan kennis en expertise
“Helaas herken ik dat beeld,” reageert Vink. Volgens haar komt dit onder andere door een gebrek aan voldoende gedegen kennis en expertise bij de bevoegde gezagen. “De vergunningen van deze bedrijven en industriële processen zijn echt complex. Bij de beoordeling en afweging is wel eens tekort geschoten, waardoor de omwonenden niet goed beschermd zijn.”
Bovendien is de kennis over PFAS-verbindingen continue in beweging, benadrukt Vink. “Tien jaar geleden dacht men anders over de schadelijkheid van bepaalde stoffen dan nu, dus als bevoegd gezag moet je die ontwikkelingen goed volgen. Bijvoorbeeld de aanscherping voor PFOA.”
Op klachten die bedrijven en overheden krijgen uit de omgeving komt vaak een procedureel antwoord in de trant van ‘het mag volgens de vergunning’, is Vinks ervaring. “Terwijl er dan vaak toch wel reden is om aanvullend onderzoek te doen. Dat kan natuurlijk leiden tot wantrouwen van burgers.”
Een vergunning zou juist een vangnet voor burgers en milieu moeten zijn, vindt ze. Ook om direct te kijken of het bedrijf die de vergunning krijgt de lozing nog kan reduceren door maatregelen in de industriële processen. “We willen dat het voorzorgsprincipe heel zwaar gaat wegen,” zegt Vink. “Dus pas de vergunning afgeven als je precies weet wat een bedrijf wil lozen en weet dat de stoffen niet schadelijk zijn, in plaats van achteraf constateren dat er te veel geloosd is. Zodat al die schadelijke stoffen niet in het oppervlaktewater en leefomgeving terecht blijven komen.”
Er zijn de afgelopen jaren dus verschillende onderzoeken gedaan en adviezen gegeven om deze situatie en dus de waterkwaliteit te verbeteren. Verwacht Vink dat er nu ook wat mee gedaan wordt? “De overheid heeft geld vrijgemaakt voor diverse maatregelen om versneld de waterkwaliteit te verbeteren, en daarnaast wordt er gewerkt aan de verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving, dus ik heb wel de hoop dat het verbetert.”
Maar, zegt ze ook: “Dan moet je ook nog wel de menskracht zien te krijgen om dit alles uit te voeren.” En gespecialiseerde arbeidskrachten vinden is gezien de krappe arbeidsmarkt natuurlijk lastig op dit moment. Daarnaast wijst ze op de recente conclusie van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur dat de Kaderrichtlijn Water-doelen explicieter en bindend moeten doorwerken in de wet- en regelgeving. “Zo dienen de regels voor meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en het lozen van gevaarlijke stoffen te worden aangescherpt.”
Positief vindt Vink het feit dat al deze rapporten tot het inzicht hebben geleid dat veel lozingsvergunningen, maar ook gehanteerde normen verouderd zijn en dat dus het vangnet verbeterd moet worden. Omdat niet klopt welke stoffen er precies in een lozing zitten en vanwege veranderde normstellingen en inzichten over de schadelijkheid van stoffen. “Rijkswaterstaat is daarom begonnen de vergunningen te actualiseren, met als eerste de lozingen van zeer zorgwekkende stoffen. Het feit dat dit nog wel even gaat duren, komt ook doordat het zo moeilijk is voldoende gedegen arbeidskrachten hiervoor te vinden en soms door de complexiteit van de vergunning,” zegt ze.
Meer aandacht voor de waterkwaliteit
Er moet meer aandacht komen voor de kwaliteit van ons water, stelt Vink tot besluit. “We hebben de stikstofcrisis gehad, maar de volgende crisis dient zich al aan: de watercrisis. En dan moeten we het niet alleen over de kwantiteit hebben, maar dus ook over de kwaliteit. Daar moeten we in Nederland echt beter ons best voor doen.”
Hoe ingewikkeld dat is, zegt ze ook, blijkt wel uit het feit dat er inmiddels wereldwijd miljoenen chemische stoffen geregistreerd staan, waarvan een deel relevant is voor de drinkwatersector. Daarnaast stijgt de hoeveelheid aan chemische stoffen die geproduceerd wordt in een snel tempo en lopen de veiligheidsbeoordelingen van die stoffen altijd achter.
Een lichtpuntje, vindt ze, is de herziening van REACH, de verordening van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, dat gepland staat voor 2023. Dit systeem voor de registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen die in de Europese Unie geproduceerd of geïmporteerd worden bestaat sinds 2007.
“Het wordt tijd dat we ons oppervlaktewater niet meer zien als een soort rioolputje,” benadrukt Vink, “maar als een waardevol watersysteem dat onze bescherming nodig heeft, en de basis is voor gezond drinkwater. De waterkwaliteit verdient minimaal net zoveel aandacht als wateroverlast en droogte.”
[1] PFOA-equivalenten (PEQ).