2022
Elke paar jaar maakt het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN, een rapport over de verwachte impact van de klimaatverandering. Wat is er nieuw in het laatste rapport en wat betekenen de voorspellingen concreet voor de Maas? Thomas Oomen, data-analist bij RIWA-Maas praat ons bij.
In het meest recente, zesde IPCC-rapport dat in 2022 uitkwam, is te lezen dat we deze eeuw vaker en langer te maken zullen hebben met extreme weersomstandigheden door de opwarming van de aarde. De klimaatorganisatie van de Verenigde Naties doet zelf geen onderzoek, maar evalueert al gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek over de risico's van klimaatverandering.
Data-analist Thomas Oomen: “We hadden alleen al in 2022 in verschillende werelddelen, waaronder Europa, extreme temperaturen en lange periodes van droogte, waardoor er historisch lage grondwaterstanden en rivierafvoeren waren. Vorig jaar was zelfs het droogste jaar van de 21ste eeuw in Nederland en een van de droogste jaren ooit in België.”
Onmiskenbare rol van de mens
Het laatste IPCC-rapport bevat, vergeleken met het vorige rapport uit 2014, geavanceerder wetenschappelijk onderzoek, exactere modellen en meer data, vertelt Oomen. “Het rapport geeft een exactere voorspelling van de verwachte stijging van de temperatuur. De verwachte temperatuurstijging heeft direct invloed op de perioden van droogte en wateroverlast, die naar verwachting heviger zullen worden.”
De nadruk op de rol van de mens is in deze editie ook groter, bijvoorbeeld door het gebruik van land en water. “Er staat in dat de rol van de mens op de opwarming van de atmosfeer, de oceaan en het land ‘onmiskenbaar’ is. In het vorige rapport stond nog dat het ‘hoogstwaarschijnlijk’ was.”
Het laatste IPCC-rapport gaat verder meer in op de sociaal-economische gevolgen van de klimaatverandering wereldwijd, zoals afnemende beschikbaarheid van zoetwater, hittegolven en langdurige droogte met mislukte oogsten met hongersnoden tot gevolg. “Hiermee hebben beleidsmakers de juiste informatie om beslissingen nemen over hoe met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan” zegt Oomen. “Het roept op tot intensievere samenwerking en toont het belang van het ontwikkelen van nature based solutions aan: maatregelen met de natuur en water centraal om ons aan het veranderende klimaat aan te passen.”
Regionale impact
De zesde editie van het rapport gaat meer dan het vorige in op de impact van klimaatverandering op bepaalde regio’s, vertelt Oomen ook. Zo staan de verwachtingen erinvoor Noordwest-Europa.
Maar zegt hij ook: “Het IPCC-rapport zoomt niet in op stroomgebieden van rivieren. Het is belangrijk de gevolgen voor het Maasstroomgebied te vertalen en meer gedetailleerde informatie over de risico’s van klimaatverandering te krijgen.”
Gevolgen voor de Maas
Hij noemt het RIBASIM Maas model van Deltares, dat in 2022 in opdracht van RIWA-Maas specifiek voor het Maasstroomgebied ontwikkeld is. En ook de klimaatscenario’s van het KNMI in en het KMI, de weerinstituten van Nederland en België. “Als het KNMI in de herfstal deze data combineert met de nieuwe IPCC-klimaatmodellen zal er een goed beeld ontstaan over de impact van klimaatverandering op de Maas. Hierdoor weten we met meer zekerheid wat ons te wachten staat.”
Meer toegespitste modellen en onderzoeken helpen dus om inzicht krijgen in de impact van klimaatverandering op de Maas. Om vervolgens in actie komen, is het van belang dat dit soort modellen meer ‘mainstream’ worden, benadrukt Oomen, zodat medewerkers van verschillende organisaties in de watersector de modellen begrijpen en er gebruik van kunnen maken. “Een beter begrip leidt tot betere besluiten. Daarvoor moet een brug geslagen worden tussen wetenschap en beleid.”
Minder kwantiteit en kwaliteit
Rapporten als deze van de IPCC en ook het model van Deltares maken duidelijk dat we in de toekomst minder water in rivieren als de Maas zullen hebben. Daarbij is het goed om te beseffen, legt Oomen uit, dat: “Meer periodes van droogte niet alleen betekent dat de kwantiteit van het water afneemt, maar ook dat de kwaliteit vermindert. De concentratie van schadelijke stoffen kunnen namelijk toenemen als er minder water door de rivier stroomt.”
De afgelopen jaren hebben we veel te maken gehad met perioden van droogte en lage rivierafvoeren in het Maasstroomgebied. Oomen: “Maar overstromingen kwamen ook voor, zoals in 2021 in delen van Duitsland, Wallonië en Nederlands-Limburg.”
De impact verminderen
Om met lage rivierafvoeren en een verslechterende waterkwaliteit om te gaan, hebbendrinkwaterbedrijven reservoirs, buffers of alternatieve bronnen, zegt Oomen. Deze dienen in droge periodes als back-up als drinkwaterbedrijven geen of slechts beperkt water uit de Maas kunnen halen om er drinkwater van te maken.
Hiervoor is heel veel samenwerking nodig tussen alle verschillende partijen in de watersector, benadrukt Oomen. De drinkwaterbedrijven, waterbeheerders, de centrale overheid en het bedrijfsleven, ook over de grenzen heen.
Afspraken over watergebruik
Meer internationale samenwerking en dialoog over de Maas is sowieso nodig, vindt hij. “Het is belangrijk om bijvoorbeeld te weten wat er gebeurt in Frankrijk omdat dit gevolgen kan hebben voor de gebruikers van het water in België en Nederland.”
Ook is het belangrijk dat er meer heldere afspraken komen over het gebruik van het Maaswater in het hele stroomgebied, zegt de data-analist ook. “Dat gaat verder dan alleen drinkwater: het gaat ook over het watergebruik door de energiesector, de industrie, landbouw, scheepvaart en recreatie. En de natuur niet te vergeten.”
De Verenigde Naties pleiten er al langer voor om bij afspraken over watergebruik en -verdeling de gevolgen van klimaatverandering mee te nemen, vertelt Oomen tot slot. “Daarvoor biedt de laatste wetenschappelijke kennis, zoals die van dit IPCC-rapport, een goede basis.”