2022

Jeroen Daniëls

Voldoende water in de Maas, maar is het schoon genoeg

Voldoende water in de Maas, maar is het schoon genoeg?

Kunnen we in de toekomst een steeds groter watertekort verwachten? Waterbedrijf Evides vroeg Deltares te onderzoeken hoe dat zit in de Maas. De hoeveelheid lijkt daar niet het probleem, maar zegt Jeroen Daniëls, adviseur bronbescherming: “Droge perioden en dus minder water in de Maas hebben wel invloed op de waterkwaliteit.”

Als adviseur bronbescherming bij Evides werkt Jeroen Daniëls aan voldoende water van goede kwaliteit. “Mijn collega’s en ik doen onderzoek, geven adviezen en kijken of onze waterbronnen wel toekomstbestendig zijn,” zegt hij.

Evides haalt het water voor ongeveer 86 % uit de Maas, 10 % komt van grondwater en 4 % uit duinwater. In totaal maken 2,5 miljoen consumenten en bedrijven gebruik van het drinkwater, in het zuidwesten van Zuid-Holland, de provincie Zeeland en het zuidwesten van Noord-Brabant.

Er is snel actie nodig om te voorkomen dat we in 2030 met een drinkwatertekort zitten, schreef het RIVM in april 2023 in een rapport. Door klimaatverandering en verontreinigingen staat het aanbod van geschikte bronnen voor drinkwater onder druk en komen er nu al regionaal tekorten voor, is in het onderzoek te lezen.

Een gesprek opgang brengen

Evides wilde graag weten hoe de situatie in de Maas is en dan met name bij Bergsche Maas, waar het innamepompstation van het waterbedrijf ligt om de spaarbekkens in de Brabantse Biesbosch te vullen. Evides vroeg kennisinstituut Deltares in 2022 om dat uit te zoeken. Deltares was al bezig met een onderzoek naar de ‘afvoer’, hoeveel water er op een bepaald moment voorbij stroomt, op verschillende locaties in de Maas.

Hiervoor maakt Deltares gebruik van de eerder door het instituut ontwikkelde RIBASIM software. Het RIBASIM MAAS-model is in 2022 in opdracht van RIWA-Maas specifiek voor het Maasstroomgebied ontwikkeld. In het model is ook het watergebruik en de waterbehoefte meegenomen, van drinkwaterbedrijven en daarnaast de industrie, energiesector, scheepvaart en landbouw. Voor zover die gegevens bekend zijn, staat erin hoeveel water ze gebruiken of nodig hebben.

Uit het model kun je vervolgens een inschatting van de situatie aflezen. “In perioden van droogte moet je misschien minder water gebruiken,” legt Daniëls uit. “Stel een bedrijf heeft 10 kubieke meter per seconde nodig en er is maar 5 kuub. Met dit model kunnen we een gesprek op gang brengen over de knelpunten en kijken we samen naar oplossingen.” Dat is precies waar de tool voor gemaakt is. 

Klimaatscenario’s

Met het model is naar een periode van veertig jaar gekeken: van 1980 tot 2020. Die periode is vertaald naar het verwachte klimaat voor 2050 en 2085, legt Daniëls uit. Op basis van de klimaatscenario's van onder andere het KNMI is een inschatting gemaakt van de neerslag, temperatuur en verdamping en hoeveel water er dan naar verwachting door de rivier stroomt. “Hoe verder je vooruit kijkt, hoe onzekerder het wordt,” zegt Daniëls ook. Bovendien dateren de klimaatscenario's van het KNMI uit 2014. “Dus we hebben vooral gekeken naar de warme scenario's, omdat die wat beter overeenkomen met de nieuwste inzichten.” Dit jaar komen er nieuwe voorspellingen, die waarschijnlijk extremer zijn.

Deltares vergeleek hoeveel water er daadwerkelijk op vier meetpunten in het Maasstroomgebied stroomt met de inschattingen van het model. De gemeten en berekende afvoeren kwamen grotendeels overeen, en dus is het model bruikbaar voor toekomstvoorspellingen. Uit het onderzoek bleek dat de kans op lage afvoer van de Maas in alle klimaatscenario’s toeneemt. 

Kans op lage Maasafvoeren

Evides heeft nu een beter beeld gekregen van de kans op lage Maasafvoeren bij de locatie van het innamepompstation Bergsche Maas. Dat komt natuurlijk vooral in de zomer voor, maar het model berekent ook hoe vaak die kans op lage afvoer is en hoeveel water er dan is. Daniëls: “We willen weten of de infrastructuur die we nu hebben voldoende is om in de komende decennia genoeg water te hebben.”

Wat betekent het als de afvoer van de Maas daadwerkelijk heel laag wordt, vroeg Evides ook aan Deltares. Het innamepunt Bergsche Maas ligt op een gunstige locatie, legt Daniëls uit. Omdat het innamepunt in een delta ligt ben je altijd verzekerd van een minimale hoeveelheid water: zowel het Haringvliet, het Hollands Diep, de Rijn en de Noordzee, bij Hoek van Holland, hebben invloed op de waterstand. Dus Evides kan op basis van de hoeveelheid water in de rivier altijd water innemen. “Het getij werkt landinwaarts door, maar de kans dat zeewater bij ons innamepunt stroomt, bleek met de huidige zeespiegel eigenlijk nul te zijn.” 

Genoeg water

Op een gegeven moment zou water uit de Rijn het innamepunt wel kunnen bereiken en hierdoor wordt de waterstand op dit innamepunt nooit te laag. Daniëls: “Dus als de Maas een lage afvoer heeft, blijft er nog genoeg water om in te nemen.” De kwantiteit is dus geen probleem op dit innamestation. Op andere, bovenstroomse plekken ligt dat anders. 

Op andere, bovenstroomse plekken ligt dat anders. Andere innamepunten van Evides bevinden zich nog verder in de delta, dus dichter bij zee en hier spelen dan ook andere uitdagingen, vertelt Daniëls. Hier zal op een later moment ook onderzoek naar de zoetwaterbeschikbaarheid worden gedaan.

Effect op de kwaliteit

De uitdaging van de Maas ligt in de komende tijd meer op de kwaliteit van het water, zegt Daniëls. Ook hier kan het RIBASIM MAAS-model inzicht in geven. Je kunt namelijk kijken waar het water precies vandaan komt en op basis van die locaties een inschatting maken van de waterkwaliteitsrisico’s, licht Daniëls toe.

Als er op een bepaalde locatie bijvoorbeeld een bedrijf zit dat water gebruikt en afvalwater loost, dan kunnen daar verontreinigingen in zitten. “Of het water wordt gebruikt als koelwater en dan gaat mogelijk de temperatuur iets omhoog. Als het water uit een rioolwaterzuiveringsinstallatie komt, kunnen daar medicijnresten en andere verontreinigingen in zitten. Bij boerenbedrijven komen er wellicht gewasbeschermingsmiddelen in het water terecht. Al die informatie stop je in het model en op die manier krijg je een beeld van de risico’s.”

Minder verdund

Als het lange tijd weinig geregend heeft, staat het water in de Maas laag en is er dus een lage afvoer. “Ondertussen blijven het watergebruik en afvalwaterlozingen hetzelfde en dat betekent dat bij lage afvoer van de Maas het grootste deel bestaat uit gezuiverd afvalwater” zegt Daniëls. “Kortom lage afvoeren zijn van invloed op de waterkwaliteit: verontreinigingen worden minder verdund. Vooral van stoffen met PMT (persistente, mobiele en toxische) eigenschappen die niet afbreken, hebben we dan last.” 

Het is moeilijk om de waterkwaliteit te voorspellen, al probeert Evides dat wel, zegt Daniëls ook. “Lozingen veranderen in de tijd. En incidenten weet je natuurlijk helemaal niet van tevoren, maar het feit dat droge perioden toe gaan nemen door de klimaatverandering – en daarmee effect op de waterkwaliteit – lijkt wel duidelijk.” 

Bekkenvoorraad gebruiken tijdens innamestops

Gemiddeld zijn er nu zo’n dertig dagen per jaar innamestops bij de Bergsche Maas, verspreid over het jaar. Dan is de kwaliteit van de Maas te slecht om in te laten in de Biesboschbekkens. Met een voorraad van zo’n twee maanden om drinkwater van te maken, kan het systeem dit soort innamestops overbruggen en gebruikt Evides de voorraad in het bekken om drinkwater van te maken.

“Innamestops komen bijvoorbeeld voor doordat een bedrijf stoffen heeft geloosd die we niet in ons kraanwater willen,” licht Daniëls toe, “maar het kan ook door een brand komen of een lekkende boot. Ook als het water heel hoog staat en hard stroomt en er sediment omhoog komt, kan een innamestop nodig zijn.”

Vooral vanaf 2017 zijn er een aantal erg droge perioden geweest in Nederland. Daniëls: “In het geval van lage afvoer, dus weinig water in de Maas kan zelfs een kleine lozing van een fabriek voor een probleem zorgen. Met minder water is het effect op de waterkwaliteit veel groter.”

Strenge eisen

Ondertussen worden de gezondheidskundige richtwaarden van het RIVM steeds strenger, vertelt Daniëls: er mogen steeds lagere concentraties van schadelijke stoffen in het drinkwater zitten. Een goede zaak natuurlijk voor de gezondheid, maar zegt Daniëls: “Voor drinkwaterbedrijven wordt het steeds uitdagender om het systeem goed te laten functioneren, helemaal als je daardoor vaker innamestops hebt omdat het water van de rivier te slecht is.” Hij voegt eraan toe: “Lozingen van ongewenste stoffen in het oppervlaktewater moeten stoppen. De overheden die de vergunningen daarvoor afgeven en moeten handhaven, spelen daarbij een grote rol. Denk aan het per direct toetsen van bestaande lozingsvergunningen op de actuele en strengere lozingseisen. En ook het handhaven van bestaande lozingsvergunningen moet hoger op de prioriteitenlijst. Wat er niet in komt, hoeven wij er namelijk niet uit te halen.” 

Meer vraag naar zoet water

Ook al is er dan genoeg water in de Maas, Daniëls zegt ook: “De claim op zoet water wordt steeds groter. We willen allemaal drinkwater hebben, producten gebruiken en natuurlijk eten. Ook de industrie en de agrariërs gebruiken zoet water. En tegelijkertijd zien we allemaal ontwikkelingen op ons afkomen: klimaatverandering, de stijgende zeespiegel, meer zout water in de kustgebieden.”

Wat daarbij niet helpt is de wijze waarop we ons land ingericht hebben, gaat hij verder. “Door het natte verleden, waarbij we als Nederland kampioen waterafvoeren zijn geworden, hebben we nu al in het voorjaar een beginnend watertekort. We moeten het land dus zo gaan inrichten dat we zowel tegen droogte als hoogwater kunnen, want ook overstromingen komen natuurlijk nog voor.” Hij brengt de overstromingen van 2021 in Limburg, België en Duitsland in herinnering. “Meer ruimte geven aan het water dus en zoveel mogelijk water vasthouden in het stroomgebied in plaats van direct afvoeren naar de zee.” 

Watervoetafdruk

Tegelijkertijd beseffen we met z'n allen niet hoeveel water we nou verbruiken, benadrukt Daniëls ook, onze watervoetafdruk dus. Hoewel we in Nederland zo'n 120 liter drinkwater per persoon per dag gebruiken, ligt ons werkelijke waterverbruik heel wat hoger: op zo’n 4000 liter per dag. Dat is inclusief alles wat we eten en de producten die we gebruiken. Zo heb je om 100 gram chocola te maken, al 1700 liter water nodig.

“Dat wordt vaak niet benoemd en het is ook heel ingewikkeld om die waterketen goed in kaart te brengen, want een deel van die producten wordt in het buitenland geproduceerd of gaat naar het buitenland.” Maar, besluit hij: “Als je water wil besparen en water beschikbaar wilt houden voor de toekomst, dan moet je dus nu aan de slag.”