2022

André Bannink

PFAS – schadelijk en alomtegenwoordig

PFAS: schadelijk en overal aanwezig

PFAS duikt overal op: in drinkwater, voedsel en allerlei gebruiksproducten. De stoffen zijn moeilijk uit het water te zuiveren en in kleine hoeveelheden al schadelijk. Vijf Europese landen pleiten daarom voor een verbod. RIWA-Maas ondersteunt dit initiatief. André Bannink: “De vervelende consequenties worden steeds duidelijker, dus we moeten ophouden ze te gebruiken.”

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn door mensen gemaakt, stoten water, olie, vuil en stof af en kunnen goed tegen warmte. Door deze handige eigenschappen worden ze al decennialang in tal van industriële processen en producten gebruikt. Zo zitten ze in voedselverpakkingen als pizzadozen, maar ook in anti-aanbaklagen van pannen, blusschuim, mobiele telefoons, regenjassen, cosmetica, bestrijdingsmiddelen, smeermiddelen en zonnepanelen.

Helaas blijken veel PFAS al in hele lage concentraties schadelijk. Volgens de Rijksoverheid kunnen deze stoffen het immuunsysteem beschadigen en kanker veroorzaken. Ondertussen krijgen we PFAS dagelijks binnen via ons voedsel, de producten die we gebruiken en ook voor een klein deel via het drinkwater.

Drinkwaterbedrijven noemen PFAS ‘een problematische stofgroep’ uit de categorie ‘industriële stoffen en consumentenproducten’. “Ze zijn persistent, dus niet-afbreekbaar en worden daarom ook wel ‘forever chemicals’ genoemd,” legt senior beleidsadviseur André Bannink van RIWA-Maas uit. “Daarnaast zijn ze mobiel, dat wil zeggen dat ze goed oplossen in water en ook nog toxisch en vallen daardoor in de nieuwe gevarenklasse PMT.”

Zes miljoen PFAS

Er zijn theoretisch ruim zes miljoen verschillende PFAS-stoffen mogelijk volgens de definitie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD). Twee stoffen waarvan de productie vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon zijn inmiddels verboden: PFOS en PFOA. Deze stoffen en ook de PFAS-stoffen die bij het GenX-proces worden gebruikt behoren tot de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) van het RIVM: stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu en niet geloosd mogen worden. Er staan momenteel 95 PFAS-stoffen op de RIVM-lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen.

Alle drinkwaterbedrijven in Nederland die van oppervlaktewater drinkwater maken, gingen tot nu toe uit van de streefwaarden van het European River Memorandum (ERM). Als het water daaraan voldoet dan kan je er met natuurlijke zuiveringstechnieken drinkwater van maken. Voor PFAS is de ERM-streefwaarde 0,1 microgram of 100 nanogram per liter. “Er zat nooit meer PFAS in het oppervlaktewater dan deze hoeveelheid, dus hadden we het er nooit over,” zegt Bannink. “Recent werd duidelijk dat deze waarde wel eens veel te hoog zou kunnen zijn.”

Streng genoeg?

Op 16 december 2020 heeft het Europees Parlement de herziene Europese Drinkwaterrichtlijn aangenomen. Hierin zijn voor het eerst normen opgenomen voor PFAS: maximaal 500 nanogram per liter voor alle PFAS of maximaal 100 nanogram per liter voor twintig specifieke PFAS-stoffen. De richtlijn wordt nu overal geïmplementeerd. Op uiterlijk 12 januari 2026 moet het drinkwater in alle lidstaten voldoen aan deze normen.

Bannink: “Tegelijkertijd vindt er nu ook een discussie plaats over of die normen wel streng genoeg zijn omdat je anders niet aan de gezondheidskundige waarden van de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) voldoet.” De EFSA adviseerde namelijk in 2020 om naar een maximum van slechts 4,4 nanogram per liter te gaan, nogal een verschil dus met de 100 nanogram uit de Europese Drinkwaterrichtlijn. Een aantal organisaties binnen de Europese Unie, waaronder het RIVM, pleiten ervoor dit te volgen.

Meer zuiveren

De norm van 4,4 nanogram per liter wordt nu overal in de Maas overschreden, weet Bannink. “Het zal heel moeilijk worden om aan de norm van 4,4 nanogram per liter te voldoen. Dan moet er aanvullend gezuiverd worden: de bestaande waterzuivering intensiveren of nieuwe zuiveringen bouwen om PFAS aan te pakken. Terwijl de Kaderrichtlijn Water erop gericht is dat de zuiveringsinspanning afneemt. Maar door de aanwezigheid van PFAS neemt het zuiveren alleen maar toe. Dus dat is strijdig met elkaar.”

PFAS-stoffen uit het water zuiveren is bovendien niet zo makkelijk, benadrukt Bannink: “Met actieve kool of chemicaliën als kan je voor een deel PFAS uit het water halen, maar daarvoor heb je veel van die grondstof nodig. Een andere methode is membraanfiltratie, dan moet je water door rietjes persen. Dat kost heel veel energie en je blijft zitten met het restproduct, de brijn.”

RIWA zet liever in op de aanpak van PFAS bij de bron en dat het vervuiler-betaalt-principe structureel wordt toegepast. “In hoeverre is het te verantwoorden dat voor de productie van drinkwater honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd moet worden om afvalstoffen van derden te zuiveren? Is het niet slimmer om te stoppen met de productie van PFAS?”

Nieuwe inzichten

Hoe schadelijk PFAS zijn, wordt steeds duidelijker uit de wetenschappelijke onderzoeken van de laatste jaren. Zo vond het Duitse onderzoeksinstituut TZW (DVGW-Technologiezentrum Wasser)trifluorazijnzuur in neerslag, bergmeren en bier. De leden van RIWA-Maas treffen deze stof ook vaak in de Maas aan. Dit is ook een PFAS volgens de OECD-definitie, vertelt Bannink, en komt vooral via airconditioners uit auto’s en warmtepompen in het milieu.

Uit een ander onderzoek bleek een niet-meetbare PFAS die door een rioolwaterzuivering ging er in een andere PFAS-vorm uitkwam die wel gemeten kan worden. “Dan lijkt er soms meer PFAS uit de zuivering te komen dan er in ging” zegt hij. “Het is dus heel ingewikkeld en er is nog veel te ontdekken.” 

Vijf Europese landen pleiten vanwege deze nieuwe inzichten voor een Europees verbod op de productie, het gebruik, de verkoop en import van PFAS. Het Europese chemicaliënagentschap ECHA publiceerde begin 2023 het voorstel van Nederland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en Duitsland. Naar verwachting neemt de Europese Commissie in 2025 een besluit. “Het zijn weliswaar maar vijf landen, maar wel vijf invloedrijke landen,” zegt Bannink. De leden van RIWA-Maas dringen al enkele jaren aan op een verbod van PFAS.

Forever en everywhere chemicals

Ook als er een verbod komt, zullen PFAS nog heel lang in het milieu blijven zitten. De stoffen worden namelijk al sinds de Tweede Wereldoorlog op grote schaal gebruikt. Bannink: “Ze worden niet voor niets ‘forever chemicals’ genoemd, ze breken niet af en het zijn dus ook ‘everywhere chemicals’. Dus het is tijd om te stoppen met deze stoffen te maken.”

In sommige landen, bijvoorbeeld de Verenigde Staten, zijn de normen voor PFAS in drinkwater veel strenger dan in Europa, vertelt Bannink. “Landen zijn het er wel over eens dat dit stoffen zijn met hele vervelende consequenties. Dat is geen discussie meer.”

Commotie in Vlaanderen

In Vlaanderen zijn er de afgelopen tijd een aantal incidenten rond PFAS geweest en is er veel onderzoek naar gedaan. Zo is er tijdens de werkzaamheden voor de uitbreiding van de ring van Antwerpen met PFAS vervuilde grond gevonden. Dit was afkomstig van de nabijgelegen 3M-fabriek, bekend van de Post-its en net als DuPont/Chemours in Dordrecht een belangrijke PFAS-producent. 

Bannink vertelt: “Het idee was om die vervuilde grond te storten in een plas bij de plaats Kinrooi. Maar die stond in verbinding met de Maas, waar drinkwater van geproduceerd moet worden. Dat heeft veel politieke aandacht gekregen in België en dat plan is nu van tafel. De Vlaamse overheid is voortvarend met PFAS bezig – hopelijk inspireert dat de overige landen in het Maasstroomgebied, waaronder Nederland.”

Welke sectoren en bedrijven?

Ongeveer de helft van de PFAS komt vanuit Nederland in de Maas terecht, de rest dus via België, Frankrijk en Duitsland. Dit blijkt uit onderzoek van het kennisinstituut voor waterbeheer KWR in opdracht van Vewin, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, waar RIWA-Maas ook aan meegewerkt heeft. Rijkswaterstaat onderzoekt nu van welke bedrijven of activiteiten de PFAS in Nederland precies komt.

Daarvoor had Rijkswaterstaat al gekeken naar de sectoren die veel PFAS lozen. Met deze sectoren is vervolgens overlegd hoe deze PFAS-lozingen teruggedrongen kunnen worden. Met de brandweer die blusschuimmiddelen met PFAS gebruikt bijvoorbeeld. Bannink: “Voor 80% van de branden blijkt PFAS-houdend blusschuim niet nodig te zijn en kun je een vervangend middel gebruiken. Dat scheelt heel wat PFAS-emissie.”

 

Gerecycled papier

De papierindustrie is een andere sector waarmee Rijkswaterstaat overlegd heeft. Bannink: “Want die vetafstotende papiertjes om je hamburger of de pizzadoos die je keurig in de papierbak gooit, worden gerecycled en dan blijkt er in toiletpapier of in een verpakking in de supermarkt opeens PFAS te zitten. Het is dus belangrijk dat bedrijven hier meer kennis over hebben.”

RIWA-Maas heeft vervolgens deze sectoren die mogelijk PFAS lozen vergeleken met grote bedrijven langs de Maas die onder de Europese IPPC-richtlijn vergunningsplichtig zijn (de Integrated Pollution Prevention and Control heeft als doel de vervuiling van industriële bronnen in de EU te minimaliseren).

Alternatieven zoeken

In het overgrote deel van de lozingsvergunningen staan nu geen PFAS-normen of PFAS-eisen, want daar werd eigenlijk nooit naar gevraagd, vertelt Bannink verder. PFAS-producenten zijn tot zijn verbazing ook niet verplicht om bekend te maken aan wie ze allemaal leveren. “Sommige bedrijven weten ook niet eens dat ze PFAS gebruiken, papierbedrijven die papier met PFAS recyclen bijvoorbeeld. Een fabriek in Helmond, dat teflonpoeder droogde, was zich van geen kwaad bewust. De PFAS kwam pas boven water door onderzoek naar rioolwaterlozingen.”

Bannink merkt dat veel bedrijven er inmiddels vanuit gaan dat PFAS-stoffen een aflopende zaak zijn. “Dus zijn ze bezig alternatieven te ontwikkelen.” Hij heeft recent zelf in ieder geval al zijn koekenpannen vervangen door pannen zonder PFAS.