2021
Joyce Nelissen (WML) over incident prosulfocarb
Wat betekende het incident met prosulfocarb voor drinkwaterbedrijf WML? WML-directeur Joyce Nelissen: “Allereerst is het van belang te vermelden dat als we het hebben over waterkwaliteit, we een toename zien van allerlei verschillende nieuwe stoffen in de Maas. Dat vraagt niet alleen om een toenemende alertheid, maar ook om grensoverschrijdende samenwerking. De Maas begint immers in Frankrijk.
Dat betekent afstemming met alle partners langs de Maas om te zorgen dat we de kwaliteit van de Maas, zo goed mogelijk proberen te managen. Dat is lastig, vanwege de verschillende belangen die de stakeholders hebben, en de manieren waarop die stakeholders denken dat ze de Maas moeten gebruiken. Prosulfocarb is daarvan een voorbeeld. Het is een stof die je absoluut niet in je water wilt aantreffen.”
Bestuurlijke impressie
In 2019 heeft het incident met dit bestrijdingsmiddel tot forse innamestops geleid. “We moesten de inname van Maaswater zo lang stilleggen, dat we bijna waren overgeschakeld naar de inname van grondwater. Dat is een ingrijpende maatregel, die maar net op tijd is voorkomen.
Als we de inname van Maaswater moeten staken, gaan we eerst water uit ons voorraadbekken gebruiken. Afhankelijk van het weer kunnen we de productie daarmee ‘s zomers 1,5 maand en ‘s winters 2,5 maand volhouden. Maar dan moet het bekken natuurlijk wel weer aangevuld worden vanuit de Maas.
Ik herinner me nog dat we echt een paar dagen voor we definitief moesten overgaan op onze grondwaterputten, te horen kregen wat er aan de hand was. Het ging om een onbekende lozing van prosulfocarb, ergens in Wallonië. Pas toen duidelijk werd waar de vervuiler zich bevond, konden we die een halt toeroepen.
Daarvoor was er contact gelegd met de directeur Netwerkontwikkeling van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, Karin Weustink. Want ook Rijkswaterstaat, beheerder van de Maas, zat met hetzelfde probleem.”
Om de tafel met SWP
“We zijn toen samen naar het kantoor van de Service Public de Wallonie (SPW) gestapt om het probleem daar aan te kaarten. We hebben met de directie om tafel gezeten om de ernst van deze casus aan de orde te stellen. Ook hebben we de verwachting uitgesproken dat SPW in actie zou komen.
Eerlijk gezegd was het teleurstellend hoe hier op gereageerd werd. Vanuit het perspectief van SPW was er geen probleem, omdat zij andere normen hanteren dan wij. Met andere woorden: de vervuiler voldeed daar nog aan de norm. Het was dan ook bijzonder om te ervaren dat WML en SPW qua afstand slechts maar een paar kilometer van elkaar verwijderd zijn, maar toch met totaal andere normen en wetgeving werken. De Waalse collega’s handhaven dus op andere normen dan de onze.
We hebben toen de discussie over de verschillende normering gericht op het maken van praktische werkafspraken, en we hebben het belang van een grensoverschrijdende samenwerking voor de toekomst benadrukt. Onze reactie richting SPW was duidelijk: als er in Wallonië geen probleem is maar stroomafwaarts wel, dan hebben we dat samen op te lossen.
Dat was het startpunt om een internationaal protocol te gaan ontwikkelen, waarmee grensoverschrijdende incidenten op de Maas voortaan sneller konden worden opgespoord. RIWA-Maas heeft dat getrokken.”
Opsporingsprotocol bleek succesvol
“Toen er in 2021 opnieuw hoge concentraties prosulfocarb werden aangetroffen in de Maas, was er geen discussie meer over normstelling. Dankzij het protocol en de samenwerking die we van 2019 tot 2021 hadden opgebouwd, is het gelukt om de veroorzaker sneller op te sporen. In 2021 bleek de lozing afkomstig te zijn van een afvalverwerkend bedrijf dat vaten met gewasbeschermingsmiddelen verwerkt. SPW is toen een handhavingstraject gestart richting dat bedrijf. Ik ben blij dat we de vruchten van onze samenwerking terugzien in een opsporingsprotocol.”