2021
Bert Rousseau (water-link) over de impact van het hoogwater in België
Het noodweer van juli 2021 had ook grote gevolgen in België. Vooral de provincie Luik werd zwaar getroffen. Er waren toen zorgen over de sluis bij Luik, waar de Maas en het Albertkanaal samenkomen. Vanuit het Albertkanaal neemt drinkwaterbedrijf water-link water in voor de productie van drinkwater. Op welke manier kreeg water-link te maken met het hoogwater van 2021?
In Vlaanderen zorgt het Albertkanaal voor 40 procent van de drinkwatervoorziening. Het kanaal wordt volledig gevoed vanuit de Maas. Dat geldt ook voor het Netekanaal, een zijwater van het Albertkanaal.

Vlaanderen is erg afhankelijk van de Maas. Niet alleen voor drinkwaterproductie, maar ook voor veel bedrijven en de scheepvaart. Het Albertkanaal is in feite een industrie-as waar grote bedrijven langs gelokaliseerd zijn. Het water in het Albertkanaal loopt door tot aan de Antwerpse haven.
Daar, rond de haven, mengt het zoete water zich met zout water uit de Schelde. Vlaanderen heeft te maken met het probleem van oprukkende verzilting, vooral tijdens droge periodes als er te weinig zoet water is. Om een vinger aan de pols te houden meet drinkwaterbedrijf water-link daarom het geleidingsvermogen. Daarover later meer.
Water uit het Albertkanaal
Procestechnoloog Bert Rousseau vertelt over de impact van het hoogwater in 2021. Bert is bij water-link verantwoordelijk voor de monitoring van de ruwwaterbron van de Maas, het Albertkanaal en de Kempische kanalen.
“Wij hadden via meldingen doorgekregen dat de Maas buiten zijn oevers zou treden. We volgden de debieten van de Maas, en zagen dat die stegen naar ongekende hoogte. Normaliter is de gemiddelde afvoer van water via de Maas 250 kubieke meter per seconde. Op 15 en 16 juli liep het Maasdebiet op tot 3 000 m3 per seconde. In het verleden hebben we wel eens tussen de 1 000 en 2 000 m3 per seconde gemeten, maar nog nooit boven 3 000 m3 kuub per seconde, en nog nooit in de zomer. Het is echt zeer uitzonderlijk geweest.
Maar het Albertkanaal zelf bleef, ook bij hoogwater, nog steeds de traag stromende waterloop. Dat komt omdat grote debieten niet toegelaten worden, want anders begeven de dijken het. Er werd toen wel gevreesd dat de sluis in Luik het zou begeven. Die stond tijdens de watersnood onder hoge druk. Gelukkig voor de scheepvaart hield de sluis stand.”
Kanalenstelsel
Om Vlaanderen van water te voorzien, zijn er tussen 1827 en 1947 zeven kanalen aangelegd: de kempische kanalen. Van alle Belgische kanalen is het Albertkanaal het belangrijkste, omdat het Luik met Antwerpen verbindt. De kanalen zijn kunstmatige waterlopen. Bert: ”De natuurlijke waterlopen, waar het regenwater in terechtkomt, staan los van dit kanalenstelsel. Het kanalenstelsel heeft alleen als aanvoer de sluizen van Luik, en er komt voor de rest maar heel beperkt water bij. Zodanig dat er op het debiet van het Albertkanaal nooit grote wijzigingen zijn, zelfs niet bij extreme regenval.”
Meten tijdens de hoogwaterpiek
Toeval of niet: de dag dat het debiet op de Maas de hoogste piek had bereikt, was ook de dag dat Bert monstername had ingepland, zowel op het Albertkanaal als op de Maas. “We hebben toen monsters genomen van het turbulente Maaswater dat daar zo woest voorbijkwam. Van de monsters hebben we naast het zwevend stofgehalte ook pesticiden en nutriënten bepaald.
Daar in de Maas was het gehalte zwevend stof heel hoog, omdat alles werd omgewoeld. Maar vanaf het moment dat het Maaswater in het Albertkanaal kwam, werd het rustig. Het debiet nam af, het water stroomde veel trager en het zwevende stof zakte uit. Dat gebeurde vooral in het begin van het Albertkanaal.
Bij ons innamepunt een stuk verderop, was al het zwevende stof al uitgezakt. We zijn wel blijven monitoren om te zien of er geen extra verontreinigingen zouden meekomen. We wisten immers niet wat het effect zou zijn van extra afstromend water vanaf de velden, en vanuit rioolwaterzuiveringsinstallaties. Maar na de analyses is gebleken dat het verdunningseffect van de enorme watermassa ervoor heeft gezorgd dat we geen problemen hadden met verontreinigingen.”
Verdunningseffect
De vraag die opkomt is: hoe extreem was de verdunning? “Om dat te bepalen meten we het geleidingsvermogen. In normale perioden is het geleidingsvermogen van het water dat wij innemen uit het Albertkanaal tussen 400 en 500 µS/cm. In 2021 is, door de natte zomer, het geleidingsvermogen maximaal 556 µS/cm geweest. Het water dat we ingenomen hebben afkomstig van het hoogwater, was bij onze inname 339 µS/cm.
Ter vergelijking: in droge periodes kunnen de meetwaarden hier oplopen tot boven 800 µS/cm (maximale waarden op het einde van de droogte in 2020 was 838 µS/cm en in 2019 865 µS/cm).”
“Nooit eerder zo schoon”
Wat waren de gevolgen van die verdunning? “Voor ons heeft het grote debiet positief uitgepakt. Eerlijk gezegd is het Maaswater nog nooit eerder zo schoon tot bij ons gekomen. Onze ervaring verschilt dus met die van onze Nederlandse en Brusselse collega’s, omdat zij rechtstreeks innemen van de Maas. Onze collega’s hebben de waterinname moeten sluiten vanwege de troebelheid van de Maas. Onze situatie is afwijkend, omdat we Maaswater uit het Albertkanaal gebruiken.”
Klimaatbestendig drinkwater
Het hoogwater uit 2021 is een illustratie van extreem weer dat kan optreden als gevolg van klimaatverandering. In de jaren daarvoor had water-link nog te maken met extreme droogte. In 2019 is er daartoe een plan opgestart om in de toekomst te kunnen omgaan met de gevolgen van extreem weer. Er werden toen verschillende opties genoemd om te zorgen voor een klimaatbestendige drinkwatervoorziening. Enkele voorbeelden: ontzilting op locatie Oelegem; hergebruik van effluent van de rioolwaterzuivering van Antwerpen als proceswater voor de industrie; aanleg van een extra spaarbekken; en het koppelen van de waternetten van water-link met die van grondwaterbedrijf Pidpa.
Uitvoering masterplan
Hoe is het nu met de uitvoering van deze maatregelen? Bert: “Met de maatregelen uit het plan moeten we beter bestand zijn tegen extreem droge periodes. We verwachten dat extreme droogte vaker gaat voorkomen. Op dit moment zijn sommige van de hiervoor genoemde projecten al afgerond, andere projecten lopen nog. Stand van zaken?
Het koppelen van de waternetten van water-link en Pidpa is klaar, waardoor we voor elkaar kunnen inspringen in geval van nood; Het project over het hergebruik van het effluent van de Antwerpse rioolwaterzuivering is nog in uitwerking, maar er zijn al pilootproeven geweest in de Antwerpse haven; Er is ook gekeken naar het gebruik van een ontziltingsinstallatie, maar die optie houden we voorlopig paraat als back up-maatregel; Het project over het extra spaarbekken in Oelegem, om de reserves op te krikken, loopt nog volop. Dat gebeurt in samenwerking met de Vlaamse overheid.”
Alles draait om de waterbeschikbaarheid
“Een ander voorbeeld van een klimaatmaatregel komt van de Vlaamse Waterweg, de beheerder van het Albertkanaal. Bij elke sluis worden er pompen geplaatst waardoor ze het water na het schutten van de scheepvaart weer kunnen terugpompen. Dat maakt dat de waterbeschikbaarheid op het kanaal beter gegarandeerd wordt.
De Vlaamse regering heeft bovendien werk gemaakt van een reactief afwegingskader. Verschillende experts hebben de impact van diverse waterbesparende maatregelen in kaart gebracht, en aan de hand hiervan een toolbox aangereikt aan de overheid. Dat is het ‘Reactief Afwegingskader’. Wanneer er erge droogte optreedt, en het Albertkanaal onder hevige druk komt te staan, kan de overheid zeer doelgericht maatregelen opleggen en heeft ze daarbij inzicht in de gevolgen van die maatregel. Het spreekt voor zich dat het beperken van de inname voor drinkwaterproductie pas als laatste middel zal worden ingezet, gezien de grote maatschappelijke impact.”
[Meer informatie over droogte in Vlaanderen is te lezen in het Jaarrapport 2020 De Maas van RIWA-Maas.]