2020

Aleksandra Jaskula

Op reis door het Maasstroomgebied - Rijkswaterstaat

Op reis door het Maasstroomgebied:

Rijkswaterstaat over de veranderende perceptie op de Maas

Als beheerder van de Maas gaat Rijkswaterstaat Zuid-Nederland over de waterkwantiteit en de waterkwaliteit van de hoofdstroom van de rivier. Beleidsadviseur Aleksandra Jaskula is er gespecialiseerd in de laagwaterproblematiek op de Maas. Ze is ook betrokken bij het werk van de Internationale Maas Commissie (IMC) en ze participeert in het projectteam RIBASIM, waar een internationale waterbalans wordt ontwikkeld. Ook aan haar de vraag te reageren op het artikel uit 1972. Wat valt op?

Jaskula: “De allerbelangrijkste verandering in het Maasstroomgebied sinds 1972, is het tot stand komen van het Maasafvoer-verdrag. Het Rijk heeft daarvoor veel inzet geleverd. Door het uitvoeren van dit verdrag zullen lage afvoeren, zoals genoemd in het artikel uit 1972, ‘nooit’ meer voorkomen. Als gevolg van het verdrag is de afvoer bij Borgharen nu allerminst verwaarloosbaar, en het is niet meer zo dat de rivier benedenstrooms van Borgharen niets voorstelt.”

Jaskula vervolgt: “Opvallend en illustratief voor de Maas als rivier zijn de grote verschillen tussen de minimale en de maximale afvoeren. Dat is typisch voor een regenrivier, die van nature grillig is. Dat was vijftig jaar geleden al niet anders. Het gebruik is wel veranderd. In 1972 was de Maas belangrijk voor de scheepvaart en voor de drinkwatervoorziening. Tegenwoordig kijken we breder. Het gaat bijvoorbeeld ook om de natuur en de ecologie, en om de maatschappelijke belevingswaarde van de rivier. Beleidsmakers hebben aandacht voor de intrinsieke waarde van de rivier. Die scope is nieuw. We kijken met andere ogen naar de rivier.”

Trends

Om grip te houden op de waterafvoer meet Rijkswaterstaat het debiet van de Maas. Dat gebeurt 24/7. Daarnaast krijgt de waterbeheerder continu gegevens van de waterafvoeren op andere plekken op de Maas. Voor het uitwisselen van data zijn er binnen de IMC-protocollen ontwikkeld. Jaskula: “Om trends in de waterafvoer te benoemen kijken we naar tijdreeksen van 50 tot 100 jaar. Rijkswaterstaat beschikt daartoe over meetreeksen vanaf 1911.” Wat blijkt?

“In de jaren ’70 was er sprake van grote droogte. Vooral 1976 was een extreem droog jaar. In Nederland en Europa ontstond er veel aandacht voor laagwater. Er werd een uitgebreide beleidsanalytische studie naar de waterhuishouding in Nederland uitgevoerd door Rijkswaterstaat in samenwerking met de Rand Corporation en het Waterloopkundig Laboratorium. Focus was het waterbeheer tijdens droogte. Ook is er veel werk verzet als het gaat om de verdeling en het vasthouden van water. Kortom: laagwater stond hoog op de agenda. Doordat er tientallen jaren geen noemenswaardige hoogwaters plaatsvonden, kwamen het hoogwater en de overstromingen van 1993 en 1995 als grote verrassingen.”

Laagwater wordt heel snel vergeten

Ze vervolgt: “De impact van het hoogwater was groot. In de voorgaande jaren was er in de uiterwaarden van de Maas veel gebouwd, omdat het Maaswater daar toch ‘nooit’ kwam. Toen de Maas zich dus toch een keer gedroeg zoals een regenrivier zich nou eenmaal van nature gedraagt, had dat grote gevolgen. Daarna kwam er in Nederland veel aandacht voor hoogwater. En tijdens de natte jaren die volgden, werd het laagwater weer vergeten.

Het lijkt op een patroon: droogte en hoogwater wisselen elkaar af en komen in clusters van zo’n 10 jaar voor. Dat is ruim voldoende tijd om het andere uiterste te vergeten. Na de droogte van 2003, en zeker na de droogte van de laatste vier jaar, kwam er in Nederland weer aandacht voor laagwater. Deze keer niet in plaats van aandacht voor hoogwater, maar ernaast. Zelfs na 10 natte jaren moeten we niet vergeten dat de laagwaterproblematiek altijd aanwezig zal zijn.”

Klimaatscenario’s

Nieuw blijkt ook de aandacht voor klimaatverandering. “Om daarop te kunnen anticiperen werken we anno 2021 met klimaatscenario’s. De uitkomsten van verschillende klimaatscenario’s wijzen allemaal op een toename van laagwater in de Maas. De lage afvoer van de Maas zal dan in de tweede helft van deze eeuw met zo’n 40 –50 procent kunnen afnemen. Daarom is er een Deltaprogramma Zoetwater gekomen. Daarbinnen is er recent een droogtestudie uitgevoerd. Nieuw is ook dat er een Deltacommissaris is benoemd die zich ook voor de laagwaterproblematiek sterk maakt. Er is een Deltafonds gecreëerd, onder andere bedoeld voor het financieren van maatregelen gericht op de bestrijding van laagwater. Door de verankering van laagwater in het Deltaprogramma blijft er altijd aandacht voor de problematiek.”

Volgens Jaskula benadrukken de klimaatscenario’s dat Maaswatergebruikers, zoals onder anderen de drinkwatersector, moeten anticiperen op de toename van laagwater op de Maas. “Daarom worden er in het internationale stroomgebied gezamenlijke studies voorbereid om meer inzicht te krijgen in het watergebruik en in de wateronttrekking. Deze gegevens zijn nodig om een gezamenlijke internationale waterbalans te kunnen maken.”