2022
Meer droogte en meer samenwerking tussen Vlaamse drinkwaterbedrijven
Vlaanderen heeft nog meer last van de droogte dan Nederland. Na een nat 2021 volgde een droog 2022. De waterkwaliteit en vooral PFAS was ook een hot-topic. Bert Rousseau van water-link en Tom Diez van Watergroep vertellen hoe hiermee omgegaan is. “De Vlaamse drinkwaterbedrijven werken samen aan een klimaatrobuust systeem.”
In Vlaanderen zijn minder rivieren, meren en waterbuffers dan in Nederland. “Daardoor wringt het een beetje meer,” zegt Tom Diez. “We zijn kwetsbaarder en zien sneller een reactie bij droogte. We moeten ons daarom serieus gaan wapenen tegen de extreme gevolgen van klimaatverandering.”
Als manager strategische planning bij De Watergroep is Diez verantwoordelijk voor het garanderen van een veilige en betrouwbare watervoorziening, op de korte en lange termijn. Hij kijkt naar welke bronnen het bedrijf in de toekomst kan gebruiken en hoe die zo duurzaam mogelijk beheerd kunnen worden. Zijn er extra bronnen en installaties nodig en hoeveel water moet er opgeslagen worden?
Niet alleen de zomer, maar ook het najaar van 2022 was heel droog in Vlaanderen, waardoor er tot begin 2023 hele lage waterstanden waren. “We gaan er altijd vanuit dat er ’s zomers sprake is van een laagwaterpeil,” zegt Diez. “Maar opmerkelijk genoeg hadden de rivieren in februari 2023 ook een absoluut minimumpeil. Dus die problematiek van laagwater blijft misschien niet eens meer beperkt tot de zomer.”
Hierdoor, zegt hij ook, heb je steeds meer kans op conflicten met andere watergebruikers. “Dat beginnen we serieus te zien en voelen, want iedereen heeft water nodig, ook de boeren en industrie. Het is best lastig om te besluiten wie eerst mag.”
Een van de thema’s die er voor Bert Rousseau in 2022 uitspringen is het feit dat in dat jaar de Droogtecommissie voor het eerst concrete besluiten heeft genomen om ervoor te zorgen dat er genoeg drinkwater beschikbaar was. Hij is afdelingsverantwoordelijke in het laboratorium bij water-link. Als procestechnoloog is hij ook verantwoordelijk voor de databank met resultaten van monsters uit de Maas voor controle van de waterkwaliteit en voor onderzoek om drinkwater te produceren. Samen met zijn collega’s houdt hij daarnaast dreigingen zoals nieuwe chemicaliën in de gaten.
De Vlaamse overheid richtte in 2018 de Droogtecommissie op, een samenwerking van onder andere waterbeheerders en drinkwaterbedrijven. De commissie brengt dreigende problemen in kaart. De leden kunnen adviezen geven en maatregelen nemen om water te besparen en de resterende watervoorraden optimaal te benutten. “In 2021 hebben we voor het eerst duidelijke afspraken gemaakt met de Droogtecommissie, maar die waren dat jaar niet nodig omdat het een heel natte zomer was,” zegt Rousseau. “De zomer van 2022 was juist, net als in 2018 en 2019, bijzonder droog.”
Alle Vlaamse drinkwaterbedrijven steunen de Droogtecommissie en werken hierin heel goed samen, benadrukt Diez. “We zijn afhankelijk van elkaar wat de waterbeschikbaarheid betreft, dus is het heel belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn en dat we daar met één stem spreken.”
Vlaamse bedrijven en bewoners kregen in de zomer van 2022 bijvoorbeeld het advies om zuinig om te gaan met water. Dat advies is goed opgevolgd: het verbruik lag in deze periode lager dan in zomers van 2018 en 2019.
Ook is er een deel van het jaar in bepaalde gebieden een sproeiverbod geweest en mocht er geen water uit sloten, beken en rivieren gehaald worden voor akkers van boeren, om vijvers mee te vullen of tuinen en sportvelden te besproeien. De watersector is niet zo overtuigd van zo’n verbod. “Je ziet vaak dat nadat het verbod aangekondigd is en voordat het ingaat dat iedereen nog even snel gaat sproeien,” zegt Rousseau. “En dan kunnen we juist sneller in de problemen komen.”
Een ander voorbeeld van een waterbesparende maatregel in 2022 was het besluit om schepen die door een sluis met een hoogteverschil tussen twee kanalen moeten met meerdere schepen tegelijk te laten passeren. Op deze manier gaat er namelijk minder water verloren richting de haven.
Een doorlopende waterbesparende maatregel van de Vlaamse overheid is de verplichting om regenwater op te vangen bij nieuwbouwhuizen. Dat heeft voordelen, vindt Rousseau. “Alleen raakt die opslag bij lange droogteperiodes leeg. Om langere droogteperiodes te overbruggen is meer infiltreren denk ik een betere maatregel.”
De ondergrond als buffer gebruiken dus: proberen de grondwaterstanden in nattere periodes zo hoog mogelijk te krijgen door het oppervlaktewater niet allemaal naar de zee te laten wegstromen. In België ligt van oudsher misschien nog wel meer dan in Nederland de focus op de afvoer van te veel regenwater om overstromingen te voorkomen. Rousseau: “We moeten nu een omslag maken en dat water zoveel mogelijk proberen vast te houden.”
Bij het beheer van het Albertkanaal zijn in de zomer 2022 ook waterbesparende maatregelen genomen, vertelt Rousseau. “Het was de eerste keer dat we echt lage waterstanden hadden. We vreesden een tekort en hebben afspraken gemaakt over het gebruik van buffers zodat we minder water hoefden te halen uit het kanaal.” water-link gaf de situatie ‘code geel’, wat verhoogde waakzaamheid betekent en dit had ook direct impact op alle andere waterbedrijven.
Dat beaamt Diez van De Watergroep. Hij heeft de indruk dat de Vlaamse drinkwaterbedrijven meer samenwerken dan de Nederlandse. “We willen gezamenlijk ons drinkwatersysteem robuuster maken,” vertelt hij. “Die omslag hebben we in Vlaanderen in de afgelopen jaren wel gemaakt.” Rousseau vult aan: “In het verleden gingen we pas in overleg als er een probleem was, nu doen we dat daarvoor.”
De drinkwaterbedrijven maken afspraken met elkaar en gebruiken zo nodig elkaars bronnen. Zo zijn een aantal grote verbindingen tussen de waterdistributiesystemen aangelegd en verschillende nog in aanleg. Ook worden drinkwaterinstallaties samen gebouwd en geëxploiteerd. Diez: “Zolang er voldoende oppervlaktewater is, proberen we dat met z’n allen maximaal te gebruiken. En ondertussen sparen we al dat grondwater op en vullen het aan voor droge periodes.” Deze samenwerking is vanwege de droogte misschien noodzakelijk in Vlaanderen, maar zegt hij ook: “Dit is natuurlijk ook de meest efficiënte manier van werken, ook naar uw klanten toe. Hier wordt iedereen beter van.”
Buffers, wetgeving en onconventionele bronnen
Vlaanderen heeft dus minder waterbuffers dan Nederland en is nu ook bezig om meer buffers aan te leggen, vertelt Rousseau, omdat de verwachting is dat die door de droogte meer nodig gaan zijn. “Vroeger waren de buffers alleen nodig in het geval van kwaliteitsissues, niet bij watertekorten.”
De Vlaamse overheid is daarnaast bezig beleid op te stellen om het oppervlaktewater beter te beschermen tegen schadelijke lozingen, vertelt Diez. Hij is optimistisch dat hier goede wetgeving op korte termijn uit voort gaat komen, omdat de Vlaamse overheid erachter staat en de drinkwaterbedrijven betrokken zijn bij de besprekingen.
Een aantal Vlaamse drinkwaterbedrijven onderzoeken momenteel ook samen een aantal mogelijkheden om minder conventionele bronnen te gebruiken, gaat Diez verder. Zo wordt gekeken naar water uit de zee. Het kost echter veel energie om daar drinkwater van te maken.
“Daarom wordt nu een drinkwaterproductiecentrum gebouwd waar zowel zoet water, brak water als zout water behandeld kan worden. Zodat zoet water gebruikt kan worden als daar voldoende van is. In uiterste nood kun je dan zeewater gebruiken en zo laat je zo weinig mogelijk waterstromen verloren gaan.” Andere onderzoeken van Vlaamse drinkwaterbedrijven bekijken de mogelijkheden om drinkwater van afvalwater te maken.
Behalve de waterkwantiteit was de waterkwaliteit in 2022 ook volop in het nieuws in Vlaanderen. Rousseau noemt het milieuschandaal rond het Oosterweel-project om de Antwerpse Ring uit te breiden dat in 2021 aan het licht kwam en sindsdien breed uitgemeten is in de pers. In de grond werden grote hoeveelheden PFOS gevonden, een giftige stof van de PFAS-familie (poly- en perfluoralkylstoffen), dat door de 3M-fabriek in Zwijndrecht in de haven van Antwerpen was geloosd.
“PFAS is een beetje hetzelfde verhaal als asbest vroeger,” zegt Rousseau. “Het is jarenlang in heel veel toepassingen gebruikt en er werd niet echt naar de schadelijkheid gekeken. Door dit dossier is PFAS in Vlaanderen een hot-topic geworden en dat heeft het probleem in heel Europa in een stroomversnelling gebracht.”
De PFAS-problematiek is enorm ingewikkeld – niemand weet goed hoe we hiermee om moeten gaan, benadrukt Diez. Bij het verlenen van vergunningen voor nieuwe projecten bijvoorbeeld, want zegt hij: “PFAS is zo ruim verspreid, het komt overal voor. Dit zijn niet voor niks forever chemicals. Dus, hoe zorgen we ervoor dat niet alle projecten en de hele economie stilvallen? Gaan we overal opleggen dat je het moet verwijderen, maar met welke techniek en waar laten we het dan?” vraagt hij zich af. “Vlaanderen gaat zichzelf tegenkomen in haar vergunningsbeleid. Het is een heel moeilijke discussies en ook iets waar straks iedereen in Europa mee gaat worstelen. Alle lidstaten zijn zoekende hierin.”
Hij noemt ook het feit dat in de herziene Europese Drinkwaterrichtlijn sinds 2020 voor het eerst PFAS-normen staan. “Dat zijn heel lage normen, waar we in 2026 ook aan moeten voldoen. En gezien het feit dat PFAS dus wijdverspreid is en heel moeilijk te verwijderen, is het een hele uitdaging voor ons om die stoffen eruit te halen.”
Beide benadrukken dat het voorzorgsprincipe beter benut moet gaan worden bij nieuwe stoffen. Dat wil zeggen dat eerst duidelijk moet zijn hoe schadelijk nieuw ontwikkelde stoffen zijn voordat ze geloosd mogen worden. Diez: “Het is belangrijk om hier al rekening mee te houden vanaf de ontwikkeling van die nieuwe stoffen.” Hij noemt naast lozingen van bedrijven ook medicijnresten die via het riool in het water komen en suggereert om bijvoorbeeld meer groene of duurzame medicijnen te gaan gebruiken. “Zodat niet achteraf blijkt dat je met een groot probleem zit, zoals nu met PFAS.”
Rouseau vult aan: “We moeten weten hoe gevaarlijk zo’n stof is, maar ook hoe onze drinkwaterproductiecentra daarmee om kunnen gaan. Zijn het stoffen die heel gemakkelijk te verwijderen zijn of niet? Voordat ze geproduceerd worden en verkocht, moeten we dit weten.”
Bij illegale lozingen wordt in Vlaanderen onvoldoende actie ondernomen, vindt Diez. “Soms duurt het heel lang of laat men het maar begaan. Zeker in droge periodes moet er strenger gehandhaafd worden, hoewel de wettelijke context dat nu niet altijd mogelijk maakt. Ik heb de indruk dat men daar in Nederland toch iets strenger mee omgaat.” Rousseau schudt van nee: “De drinkwaterbedrijven in Nederland vragen ook om sneller op te treden, heb ik begrepen, men vindt de overheid daar soms ook te laks.”
De Vlaamse drinkwaterbedrijven zijn in vergelijking met Nederland wel meer betrokken bij het vergunningsbeleid, zeggen beide. Rousseau: “Dus als er in beschermingsgebieden voor drinkwater nieuwe lozingen komen, worden drinkwaterbedrijven gecontacteerd voor advies. Dat is heel belangrijk.”
In Vlaanderen kijkt de toezichthouder, de Vlaamse Milieumaatschappij, daarnaast meer naar welk effect een stof op het drinkwater heeft in plaats van naar de bron, de kwaliteit van het water voordat het gezuiverd wordt tot drinkwater. “Als er stoffen in zitten waarvan ze weten dat onze waterproductiecentra die gemakkelijk verwijderen, gaat er minder aandacht naar dan als duidelijk is dat die stoffen een probleem opleveren. De werkwijze met ontheffingen, zoals de Nederlanders werken, kennen wij niet.”
Beide geïnterviewden vinden dat er meer internationale samenwerking nodig is om het water van de Maas als bron van drinkwater beter te beschermen. Rousseau denkt dat waterverdragen tussen de verschillende Europese lidstaten heel belangrijker gaan worden om ervoor te zorgen dat de regio voldoende water blijft hebben. “Zo’n verdrag is er tussen Vlaanderen en Nederland, maar hebben we nog niet met Wallonië en Frankrijk. En als zij niet genoeg water doorlaten, kunnen wij minder zelf gebruiken en minder doorlaten naar Nederland.”
De Europese richtlijnen zitten goed in elkaar, vindt Diez, maar in de praktijk verschilt het hoe de lidstaten en regio’s ermee omgaan. “Bij het vastleggen van het beleid wordt nog te veel vanuit elke lidstaat apart geredeneerd in plaats van op niveau van stroomgebieden. Als de Maas of een andere waterbron in een bepaalde lidstaat niet gebruikt wordt voor drinkwater is er vaak minder aandacht voor.” Zo wordt er in Nederland en Vlaanderen bewuster omgegaan met de bescherming van de Maas dan in Frankrijk, waar minder gebruik wordt gemaakt van deze rivier als drinkwaterbron.
De samenwerking tussen de Vlaamse en Nederlandse drinkwaterbedrijven, zoals in RIWA-Maas verband, is hoe dan ook van groot belang, benadrukken beide. Gezamenlijk onderzoek naar nieuwe opkomende stoffen bijvoorbeeld. “Het is goed dat we dat samen doen zodat we de inspanningen kunnen verdelen.” Ook het samen opsporen van verontreinigen, blijkt heel nuttig. “Zo hebben we de afgelopen maanden ontdekt waar bepaalde lozingen vandaan kwamen.”