2020

Jean-Noël Pansera

Internationale Maascommissie (IMC)

Op reis door het Maasstroomgebied:

Op zoek naar inzicht en overzicht. Het artikel uit 1972 vormt daartoe een praktische vertrekpunt. Wat is er in vijftig jaar veranderd in het stroomgebied, en wat betekenen deze veranderingen voor het gebruik van de rivier?

Die vraag wordt voorgelegd aan een aantal deskundigen: Jean Noël Pansera, secretaris-generaal van de Internationale Maas Commissie; Aleksandra Jaskula, beleidsadviseur bij Rijkswaterstaat Zuid-Nederland; Patrick Willems, hoogleraar KU Leuven, en Bernard Becker, onderzoeker bij Deltares; Tenslotte legt RIWA-Maas-directeur Maarten van der Ploeg uit wat de beschreven veranderingen betekenen voor de toekomstige drinkwatervoorziening uit de Maas, en wat er daarom moet gebeuren.

Belang van de Internationale Maascommissie

Jean-Noël Pansera is secretaris-generaal van de Internationale Maascommissie (IMC), hoeder van het Internationaal Maasverdrag van Gent (2002) door de Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van België, het Vlaams Gewest van België, het Waals Gewest van België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden. Om zicht te krijgen op ontwikkelingen in het stroomgebied aan hem de vraag: wat valt op in het artikel uit 1972?

Pansera: “De grootste verandering in 50 jaar tijd zit volgens mij het veranderende gebruik van het Maaswater. Tegenwoordig hebben we te maken met intensieve landbouw in delen van het stroomgebied, er zijn kerncentrales gebouwd, er gaan meer en grotere schepen door de rivier, en de ondergrond in het Maasstroomgebied is grotendeels bebouwd en verhard. Deze veranderingen hebben ook impact op de hydrologische situatie. Die is anders dan 50 jaar geleden.”

Voor de duidelijkheid: volgens Pansera gaat de IMC niet over watergebruik binnen het Maasstroomgebied. ”De landen en de gewesten zijn immers soeverein. De IMC is meer een ontmoetingsplaats om doelen te delen. We zorgen voor informatie-uitwisseling en we delen onderzoeksresultaten. Daarmee ontwikkelen we een gezamenlijk werkprogramma om de kwaliteit van de Maas te verbeteren en problemen op te lossen.”

IMC en beheersing van uitzonderlijk laagwater

Pansera geeft een voorbeeld. “In 2020 heeft de IMC een samenvatting gemaakt van afgeronde studies  over de gevolgen van klimaatverandering op het stroomgebied. Om klimaat-gerelateerde problemen in het stroomgebied te kunnen adresseren is er een plan van aanpak gemaakt voor de beheersing van uitzonderlijke laagwatersituaties in het stroomgebied van de Maas. Dit is het resultaat van internationale samenwerking tussen alle verdragspartijen van de IMC.”

In de IMC-studie gaat het om drie thema’s. Pansera: “Ten eerste: hoe definiëren we een laagwatergebeurtenis en wanneer vinden we dat er sprake is van extreem laagwater? Daarvoor hebben we alle beschikbare data uit het stroomgebied verzameld. Die zijn afkomstig van drie meetstations: in Frankrijk, België en Nederland. We lieten er een statistische exercitie op los om de data te kunnen vergelijken.

Het gaat om een gezamenlijke meetreeks van 1960-2018. In die reeks vallen de jaren 1964 en 1976 op, dat waren extreem droge jaren. 2018 was alleen voor Nederland een van de droogste jaren. De recente droogtecijfers van de afgelopen jaren zijn nog niet verwerkt in de statistieken.”

Een tweede vraag in het IMC-onderzoek gaat over de gevolgen en de problemen die in het stroomgebied optreden bij extreem laagwater. Volgens Pansera komt droogte niet in het hele Maasstroomgebied even hard aan. “Vooral in Nederland en Vlaanderen heeft extreem laagwater grote impact. In Frankrijk en Wallonië is er geen intensieve landbouw, bovendien wordt daar grondwater gebruikt voor de drinkwaterproductie. Daar wordt Maaswater gebruikt als koelwater voor kerncentrales, waardoor het Maaswater opwarmt. Een van onze aanbevelingen is om een studie te starten naar de temperatuur van het Maaswater in het hele stroomgebied.”

ISSM tekst1 afb1

Andere aanbevelingen uit IMC-studies

Het werk van de IMC leverde nog meer conclusies en aanbevelingen op: “De belangrijkste aanbeveling is om het gezamenlijk meetnetwerk in het Maasstroomgebied uit te breiden. Tot nu toe wordt de waterafvoer alleen gemeten op de hoofdstroom van de Maas zelf en op een paar zijrivieren, maar nog niet op alle zijrivieren in het stroomgebied. Gegevens over de Roer, de Vesder en de Dommel ontbreken bijvoorbeeld. Deze informatie is wel belangrijk om zicht te krijgen op de totale wateraanvoer, en op hoe het stroomgebied als geheel functioneert.”

Een andere aanbeveling is om de wekelijkse droogtedata niet alleen beschikbaar te stellen aan experts van de delegaties, maar ook te publiceren op de website van IMC zodat de informatie toegankelijk wordt voor het brede publiek. Volgens Pansera is dat voorstel inmiddels goedgekeurd door de delegaties, en wordt het in 2021 uitgevoerd.” Hoe verder? “Omdat we pas net beginnen met onderzoek naar laagwater in het Maasbekken, is het belangrijk dat dit werk een vervolg krijgt. Eind 2021 besluit de plenaire vergadering van de IMC over de invulling van een tweede fase.”