2021

Tineke Slootweg

Evaluatie van voor drinkwater relevante stoffen

Tineke Slootweg over het project ‘Evaluatie van de drinkwaterrelevante stoffen.’

Tineke Slootweg is adviseur chemische waterkwaliteit bij Het Waterlaboratorium, HWL. “De laatste tijd gaat het vooral over de beoordeling van opkomende stoffen. Met vragen als: welke nieuwe onbekende stoffen vinden we in de bronnen van ons drinkwater; worden die stoffen verwijderd bij de zuivering; en wat is het risico van die stoffen voor bijvoorbeeld de drinkwaterbedrijven?”

Nieuwe stoffen, nieuwe lijsten

Tineke is zelf sinds 2011 betrokken bij dit thema, en ze heeft in 2015 voor het eerst een evaluatie getrokken. “Ondertussen ken ik de lijst bijna uit mijn hoofd.” In 2021 is de lijst met drinkwaterrelevante stoffen opnieuw geëvalueerd. “Dat was veel werk. Vooral vanwege de trend van de nieuwe opkomende stoffen. We hebben er een breed samenwerkingsproject van gemaakt, samen met Aqualab Zuid, het Belgische water-link en RIWA-Maas.”

Beoordelingssystematiek

De vraag is: hoe kom je tot een gezamenlijke lijst met stoffen die de drinkwaterbedrijven gaan monitoren? Volgens Tineke zit daar een hele systematiek achter, die in de loop der jaren steeds verder is verfijnd. Ze beschrijft hoe het werkt. “We checken eerst of de stof voorkomt op meerdere plekken in de Maas, en of de stof ook regelmatig voorkomt. Dan checken we of de stof specifieke streefwaarden overschrijdt, en of de stof ook recentelijk nog is aangetroffen.”

Maar daarmee is de kous nog niet af. “Daarnaast bepalen we een aantal stofeigenschappen die een indicatie geven of een stof mogelijk relevant is: bijvoorbeeld hoe goed een stof oplost in water, en hoe makkelijk de stof hecht aan actief kool. Op basis daarvan kun je goed inschatten hoe een stof zich gedraagt in een drinkwaterzuivering. Daarmee schatten we in hoe goed de stof verwijderd wordt bij een natuurlijke zuivering.”

Tekst3

Lijst 1

Dat alles levert een score op, die bepaalt of een stof op lijst 1 komt of niet. “Als ze eenmaal op lijst 1 staan worden de stoffen met doelstofanalyses gemonitord door alle drinkwaterbedrijven langs de Maas. Dat betekent dat de concentraties worden gemeten, en dat het mogelijk wordt om de risico’s te bepalen. Er zijn ook stoffen die na verloop van tijd weer verdwijnen van lijst 1. Dat geldt bijvoorbeeld voor verboden bestrijdingsmiddelen die niet meer aangetroffen worden. Maar ook voor een stof als pyrazool. Omdat de industrie veel heeft gedaan om de emissie te reduceren, is de stof beneden de relevante concentratie terecht gekomen. Maar er komen ook weer nieuwe stoffen terecht op lijst 1.”

Het belangrijkste criterium om op lijst 1 terecht te komen is het feit of de stof risico’s oplevert voor de humane gezondheid. “Daarvoor kijken we bij welke concentratie we geen enkel effect verwachten. Dat doet het RIVM ook. Voor stoffen die in hoge concentraties in de Maas worden aangetroffen, vragen we aan het RIVM om advies over de risico’s van een stof. Zij berekenen dan op basis van de beschikbare data een veilige concentratie, of norm.”

Informatiebronnen

De volgende vraag die opkomt is: hoe moeilijk is het eigenlijk om een stof te beoordelen? “Dat hangt ervan af. Voor bestrijdingsmiddelen is het gemakkelijk om risico’s af te leiden, omdat er daarvoor wetgeving is gemaakt die voorschrijft dat de beoordeling al gedaan moet zijn voor het product op de markt komt. Dus nog voor deze stoffen geproduceerd mogen worden, is er al een berekening gemaakt van voor de mens veilige concentraties. We hoeven dan alleen dat dossier te raadplegen. We gebruiken ook informatie uit onderzoeken van het RIVM of de EPA (VS). Voor stoffen die in consumentenproducten zitten, zoals in shampoos of voedsel, is er ook gemakkelijk aan informatie te komen.

De beoordeling wordt lastiger als het gaat om industriële stoffen die als tussenproduct worden gebruikt, want daarover bestaat er vaak geen informatie. In dat geval gaan we uit van een maximaal toegestane concentratie van 0,1 microgram per liter. Dat is een algemeen aanvaarde toxicologische drempelwaarde: bijna geen enkele stof heeft beneden die grens nog effect op mensen. Daarom is dat ook de streefwaarde geworden in het oppervlaktewater.”

Screening en drinkwaterrelevante stoffen

Samengevat: de beoordelingssystematiek werkt als een soort stroomschema of beslisboom. Stapsgewijs worden belangrijke factoren gecheckt: bijvoorbeeld of een stof door de waterzuiveringsinstallatie heengaat, of een stof bij lage concentraties effect heeft op mensen, en natuurlijk of de stof daadwerkelijk wordt aangetroffen in het water.

Nieuw in de systematiek van de drinkwaterrelevante stoffen, is de extra focus op het gebruik van screeningstechnieken. Daardoor kunnen er snel veel nieuwe stoffen worden geïdentificeerd. Hoe werkt het? Tineke: “Het uitgangspunt is een lijst met 2 000 bekende stoffen, de stoffenbibliotheek. Vervolgens worden watermonsters geanalyseerd met behulp van vloeistofchromatografie, in combinatie met hoge resolutie massaspectrometrie.

Tekst3 afb2

Dat levert een patroon van pieken op, die vergeleken kunnen worden met de pieken van de bekende stoffen uit de bibliotheek. Zo krijgen we een indicatie van de aanwezige stoffen zonder dat we de concentratie ervan weten. Met deze screeningsmethode kunnen we naar veel meer stoffen tegelijkertijd kijken dan met doelstofanalyses.”

De komst van deze screeningstechniek gaat veel betekenen voor het monitoren van nieuwe drinkwaterrelevante stoffen, voorspelt Tineke. “Met behulp van screening kunnen we namelijk ook naar stoffen kijken die vermoedelijk relevant zijn voor de drinkwatersector, maar waar we nog weinig van weten omdat ze nog niet gemonitord worden. Zulke stoffen voegen we toe aan de bibliotheek, en vervolgens nemen we ze mee met de screening.

Dat levert eerst een algemeen beeld op van waar er zulke stoffen voorkomen, en hoe vaak ze voorkomen. We noemen deze stoffen ’kandidaat-drinkwaterrelevante stoffen’. Deze komen terecht op lijst 2B.”

Kandidaat-2A-status

“Als we de stoffen van lijst 2B vervolgens daadwerkelijk aantreffen in alle bronnen (bij WML, Evides en Dunea) schuift de stof bij de volgende evaluatieronde door naar lijst 2A. Dat betekent dat we er een doelstofmethode voor gaan ontwikkelen, zodat we voortaan ook de concentraties en de gezondheidsrisico’s van deze stof kunnen bepalen.

Op lijst 2A staan dus stoffen die uit de screening naar voren zijn gekomen en als belangrijk worden gezien. Stoffen die we niet alleen op veel plekken in de Maas meten, maar we ook nog eens aantreffen in het drinkwater.

Maar lijst 2A gaat ook over stoffen die uit bepaalde monitoringscampagnes als relevant naar voren zijn gekomen.. Zo heeft KWR bijvoorbeeld onlangs een methode gemaakt voor zeer polaire stoffen. Als die daadwerkelijk in de Maas worden gezien in concentraties boven de 0,1 microgram per liter, dan moet het drinkwaterbedrijf die stof ook echt gaan monitoren.”

Monitoring

Nu het idee achter de drie lijsten duidelijk is, ontstaat de vraag wat er gebeurt na het doorlopen van het stappenplan? “De drinkwatersector bepaalt zelf welke 2A-stoffen er gemonitord gaan worden met doelstoffenanalyses. Het betekent immers een uitbreiding van het meetpakket. Dat uitbreiden gebeurt gefaseerd, zodat er een spreiding ontstaat van de extra monitoringsinspanningen.

Het eerste jaar focussen we bijvoorbeeld op 10 nieuwe stoffen. Die volgen we een jaar lang. Het jaar daarop selecteren we er weer 10. Het is niet realistisch om in een jaar ineens 40 extra stoffen te gaan monitoren boven op het bestaande monitoringsprogramma.”

Belang van de lijst

Uit het verhaal van Tineke wordt duidelijk dat er veel kennis en expertise schuilgaan achter de systematiek. Waarom is de lijst zo belangrijk?

“Het sterke punt van deze lijst met drinkwaterrelevante stoffen is dat het om een gezamenlijke monitoringslijst van de drinkwaterbedrijven gaat. We hebben dus een concrete lijst van stoffen waar we samen wat mee kunnen, en waarmee RIWA-Maas ook echt op pad kan gaan. De lijst met drinkwaterrelevante stoffen is bijvoorbeeld al gedeeld met Rijkswaterstaat, met daarbij het verzoek om deze drinkwaterrelevante stoffen ook te gaan monitoren op de Maas. Zodat er daarna gericht acties in gang kunnen worden gezet om de stoffen in de Maas te verminderen.”

Tineke wijst ook op het belang van de stoffenlijsten in relatie tot recent aangepaste wetgeving. ”Volgens de Drinkwaterrichtlijn moeten drinkwaterbedrijven risico-gestuurd gaan monitoren. Dan is het handig om deze aanpak (bepaling drinkwaterrelevante stoffen) te kunnen gebruiken.”