2021
Om de bron van een ongewenste lozing in het Maasstroomgebied zo snel mogelijk te kunnen opsporen, is het zaak dat de betrokken partijen precies weten wat ze moeten doen. Daarbij geldt: oefening baart kunst. Op 10 mei 2022 werd er daarom een crisisoefening georganiseerd, om het ‘Protocol bronopsporing Maas’ van de drinkwaterbedrijven in de praktijk te kunnen testen. Wat blijkt? Voortaan willen de partijen hun crisismanagement onderling beter afstemmen.
De crisisoefening werd voorbereid door de speciale werkgroep ‘Crisisscenario inspiratiegroep’, waarin naast Evides en RIWA-Maas ook Dunea, Rijkswaterstaat en Waterschap Aa en Maas participeerden. Mika den Hollander, student Watermanagement bij de Hogeschool Rotterdam, was er als organisator nauw bij betrokken. Mika was het primaire aanspreekpunt voor de betrokken partijen. Hier volgt zijn verslag in de vorm van vraag en antwoord.
1.Wat was de aanleiding voor de crisisoefening?
“Als drinkwaterbedrijven langs de Maas te maken krijgen met onvoorziene lozingen, moeten ze de inname van rivierwater staken. Naar aanleiding van het incident met prosulfocarb (2019) is er daarvoor door RIWA-Maas een protocol opgesteld. Maar dat protocol is echter nog niet in de praktijk getest, waardoor nog niet duidelijk was of het protocol wel werkte. Daarom is deze crisisoefening georganiseerd.”
2.Wie waren er bij de oefening betrokken?
“De gezamenlijke oefening was bedoeld om toekomstige samenwerking tijdens een crisissituatie gemakkelijker te maken. In de oefening participeerden Evides en Dunea, Rijkswaterstaat en het Waterschap Aa en Maas, samen met RIWA-Maas. Het Waterschap was daarbij de ‘linking-pin’ voor andere waterschappen.”
3.Welke werkvorm kreeg de crisisoefening?
“Tijdens de voorbereiding van de oefening hebben we besloten om af te wijken van de standaard crisisoefening. Met ‘we’ bedoel ik Rob Westra en Arnoud Wessel van Evides, en Maarten van der Ploeg van RIWA-Maas. In plaats daarvan kozen we voor een soort ‘dilemma-sessie’ met het karakter van een workshop. Op die manier konden we meteen inhoudelijk ingaan op het protocol.”
4.In de oefening is er gekozen voor een fictief voorbeeld. Met welke situatie kregen de deelnemers te maken?
“We simuleerden een crisis vanuit de rioolwaterzuivering Helmond. De deelnemers kregen te maken met een lozing van een onbekende stof door een fictief nieuw bedrijf dat loost op het riool. De stof viel na de lozing uiteen, en werd vervolgens via de rwzi van Helmond op de Maas geloosd. Daarna werd de stof waargenomen bij het drinkwaterinnamestation op de Bergsche Maas. In het scenario ging het om een stof die lange tijd naamloos was, waardoor het extra moeilijk was om te achterhalen waar de stof vandaan zou kunnen komen. Dat hebben we bewust zo gekozen, omdat in de praktijk ook is gebleken dat de benaming (of identificering) van een stof tot drie weken kan duren. Dat gebeurde eerder bijvoorbeeld in het geval van GenX en pyrazool.”
5.Welke aandachtspunten stonden er centraal tijdens de oefening?
“Er werden veel vragen gesteld. Om een paar voorbeelden te noemen: het ging bijvoorbeeld over de inzichtelijkheid van lozingsvergunningen. De vraag was: willen we bij het opsporen van lozers voortaan via bureaustudies inzicht kunnen krijgen in de mogelijke locatie van een lozer? Dat zou bijvoorbeeld kunnen via de Atlas voor een Schone Maas, waar de directe lozingsvergunningen van Rijkswaterstaat al inzichtelijk zijn, maar de indirecte lozingen nog niet.
Een ander aandachtspunt was de praktische vraag hoe lang de verschillende drinkwaterbedrijven hun waterinname konden stoppen, en wanneer de situatie problematisch wordt. Die informatie is belangrijk om elkaar onderling te kunnen helpen.
Verder was het de vraag hoelang het duurt voor een lozing is gelokaliseerd. Willen we dit sneller kunnen, of niet? En welke factoren spelen een rol bij die afweging om een lozing al dan niet sneller te kunnen lokaliseren. Daarbij spelen immers ook de kosten een rol. Willen we de schade van een incident kunnen verhalen op de veroorzaker van de lozing?

Ten slotte gaf het waterschap aan dat ze veel eerder betrokken willen worden bij de informatievoorziening over incidenten op de Maas. Zij nemen immers ook Maaswater in. De vraag was alleen: wanneer willen ze precies geïnformeerd worden. En hoe kunnen de waterschappen vervolgens beter aangehaakt blijven bij de informatievoorziening over een incident.”
6.Hoe gaat het nu verder na de oefening?
“De oefening heeft 40 aanbevelingen opgeleverd, verschillend in aard en omvang. Ze gaan bijvoorbeeld over de manier waarop er informatie-uitwisseling plaats vindt. Soms zijn de verbeterpunten heel praktisch, zoals het opnemen van de waterschappen in een appgroep, of over de personele vervanging bij afwezigheid van bepaalde contactpersonen.
Het ging ook over het gebruik van elkaars faciliteiten in geval van nood, zoals analyses door de laboratoria. Soms waren de aanbevelingen gericht op de manier van aansturing. Daarbij ging het bijvoorbeeld over het integreren van de operationele en de beleidstafels die er worden ingesteld bij een calamiteit. Uit de oefening bleek dat de verschillende organisaties hun protocollen graag op elkaar willen laten aansluiten. Dat is een belangrijke conclusie.”
Mijn aanbeveling aan de werkgroep? Nu is het zaak om te kijken welke van de 40 aanbevelingen er in het Protocol bronopsporing kunnen worden verwerkt. Na deze iteratieslag zou er vervolgens nog een nieuwe crisisoefening georganiseerd kunnen worden, maar dan met het traditionele karakter van een echte simulatie.”
7.Wat moet er gebeuren en waarom?
“De geïnventariseerde aanbevelingen verdienen een follow up. Een aantal kan snel verwerkt worden in het protocol. Maar ook de samenwerking tussen de partijen die deelnamen aan de oefening, zou een vervolg moeten krijgen. De Schone Maaswaterketen zou hiervoor een mooi platform kunnen zijn. Partijen vonden het prettig om met elkaar te kunnen spreken over elkaars belangen en acties.
Daarnaast ligt het voor de hand om dit netwerk uit te breiden met andere waterschappen, gemeentes en omgevingsdiensten. Dat is belangrijk als het gaat om een lozing vanuit een rioolwaterzuiveringsinstallaties. Destijds bij GenX heeft het maanden geduurd voordat de lozing was opgespoord. Dat moet voortaan anders.”