Nieuwsartikel

05.10.2016

Gebruiksgegevens diergeneesmiddelen moeten snel beschikbaar komen

Category: Nieuws

Ontbreken van medewerking en transparantie sectoren frustreert onderzoek naar gevolgen voor waterkwaliteit

Hoewel er in Nederland een goed registratiesysteem bestaat voor de verkoop en toepassing van diergeneesmiddelen in de veehouderij kan er toch geen compleet beeld van de omvang van het gebruik worden geschetst. Dit komt doordat de veterinaire farmaceuten en de diverse diersectoren geen toestemming gaven aan de onderzoekers van CLM om hun gegevens te gebruiken. Ook worden de eindpunten van de milieubeoordelingen van diergeneesmiddelen veelal niet openbaar of toegankelijk gemaakt, ook al is dit volgens het Verdrag van Århus verplicht. Dit blijkt uit het recent gepubliceerde rapport ‘Diergeneesmiddelen en waterkwaliteit. Een verkenning van stoffen, gebruik en effecten op waterkwaliteit’.


Meer openheid en transparantie noodzakelijk voor gedegen onderzoek

Vanwege het ontbreken van gebruiksgegevens heeft CLM voor het onderzoek gebruik moeten maken van gegevens van twee dierenartsenpraktijken. Dit, aangevuld met openbare literatuur-gegevens, leverde een indicatief beeld op van het werkelijke gebruik van diergeneesmiddelen in Nederland. RIWA heeft weliswaar waardering voor het onderzoek, maar acht dit onvoldoende basis om meetprogramma’s aan te passen of stoffen te prioriteren. Er is nu geen goed beeld te vormen over welke stoffen de grootste kans op aantreffen hebben in grond- en oppervlaktewater, noch hoe de verdeling is per regio of stroomgebied. ‘CLM heeft het maximale uit de beperkte gegevens gehaald, toch zijn de resultaten door het ontbreken van voldoende uitgangsmateriaal helaas beperkt bruikbaar’ aldus Harry Römgens, directeur RIWA-Maas. ‘Om beter inzicht te krijgen in de effecten van diergeneesmiddelen op de waterkwaliteit moeten verkoop- en gebruiksgegevens en milieubeoordelingen beschikbaar komen.’ Een eerste stap lijkt gezet door de overheid die bij nieuwe toelatingen van diergeneesmiddelen in Nederland de beoordelingsdossiers met eindpunten openbaar gaat maken.

Gebrek aan medewerking industrie en sectoren storend en niet van deze tijd

Bij aanvang van het onderzoek heeft CLM de brancheorganisatie van veterinaire farmacie in Nederland (FIDIN) aangeschreven met het verzoek om inzicht te geven in de landelijke afzetcijfers van diergeneesmiddelen. FIDIN heeft dit verzoek echter afgewezen, waardoor er geen informatie beschikbaar kwam over het gebruik van diergeneesmiddelen op landelijke schaal. Vervolgens is geprobeerd om via de verschillende vertegenwoordigers van de varkens-, melkvee- en pluimvee-houderij toestemming te verkrijgen om de registratie van dierenartsen te mogen gebruiken. Ook die toestemming werd niet verleend. ‘Door het gebrek aan medewerking van FIDIN en de diersectoren bekruipt je het gevoel dat men kennelijk iets te verbergen heeft, terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn’, zo redeneert Römgens. ‘Er is een totaal gebrek aan transparantie, behalve dan op het antibiotica-dossier omdat de overheid dat nu eenmaal heeft afgedwongen. Het vertrouwen dat we hadden in de industrie is hiermee op een nulpunt terecht gekomen’.




Delen |